A green dream ...
Het is een bijzondere tocht, waarvoor zelfs een andere auto (pickup truck) gehuurd moet worden om ons, 5 man sterk erheen te vervoeren. Tien km van The Greenshop verwijderd, maar toch. We worden op het rode, op enkele plaatsen stoffige en op andere plaatsen modderige weggetje volledig door elkaar geschud en opgeklopt. Maar dan …
Twee kleine huisjes, een apart keukentje, twee douchecabines, verderop een toilet, één gezinnetje met twee kleine jongens en twee jonge mannen, wat kippen en stilte, prachtige echt stille stilte met een uitzicht waar ik kippenvel van krijg…
Dit is het land van Bobby Mlongoti, sinds 1999 in zijn bezit en de basis van zijn bijzondere project. Hier komt een deel van de producten, dat in The Greenshop wordt verkocht, vandaan. We lopen door de velden, krijgen te horen wat er gezaaid is en wat en binnenkort geoogst kan worden. Aan het eind van het land ligt een beekje/riviertje, dat nooit opdroogt en waaruit in de droge periode water omhoog wordt gepompt om de gewassen van het broodnodige vocht te voorzien. Een scarecrow met de naam ‘Watchman’ staat dag en nacht in het veld (zie vooral de foto) en krijgt (bij navraag) niet eens betaald voor zijn saaie maar belangrijke werk.
Bobby heeft zijn hoed op. Waarom, vraag ik, want ik heb hem in The Greenshop nog nooit een hoed zien dragen. Well, is het antwoord, nu ben ik ‘farmer’. Mooi …
Alles is groen. Over een paar weken is de eerste kropsla klaar om geoogst te worden. De pumpkins liggen, bijna rijp, prachtig groen te zijn. De broccoli, wortelen, uien, prei, aubergines groeien als kool. De rietsuiker staat er prachtig hoog bij. Het land is verdeeld in secties zodat de jonge mannen elk verantwoordelijk zijn voor hun eigen sectie en dat werkt uitstekend.
Er wordt niet gewerkt met kunstmest (zo gebruikelijk in Malawi), wel met compost. Alles organisch. De groenten die in The Greenshop verkocht worden, zijn echter nog niet allemaal afkomstig van dit prachtige land, maar komen ook van de markt. Er kan dus niet worden gezegd dat alles ‘totally organic’ is, maar het streven is dat dit wel zoveel mogelijk het geval is.
Onkruid wordt met de hand gewied en verzameld. Het komt op de composthoop. Het is de bedoeling dat er binnenkort ook wat varkens komen, die van het afval van het land zullen leven en een eigen bijdrage kunnen leveren aan de composthoop. Er zal ook geslacht worden … maar daar denk ik nu maar even niet aan. De omheining voor de varkens is al gebouwd!
Het is stil, het is prachtig. De mangobomen hebben zwaar omlaag hangende takken met vruchten en ik zie op enkele plekken in het veld een bijna rijpe ananas staan. Bobby loopt met ons op en vertelt, verhaalt en legt uit. Hij heeft zo’n andere kijk op het belang van gezond eten dan de gemiddelde Malawiaan, dat ik hem vraag wat hem ertoe heeft gebracht bezig te gaan met gezonde voeding. Het antwoord is kort maar krachtig: ‘een boek’. En dat ene boek triggerde hem, hij ging meer boeken over groenten, kruiden, fruit lezen. Hij leerde zichzelf wat gezond eten kan doen voor een mens en probeert dit nu uit te dragen.Ik hoop zo ontzettend dat hij een verschil kan maken, maar ik durf hier ook wel mijn twijfels uit te spreken... ;-)
Het is stil op het land. Het is ook ‘ver’ van de stad. Het gezin en de twee jonge mannen wonen hier echt, zonder stromend water (wel een pomp), zonder elektra. Met deze arbeiders gaat het goed, zeker nu de oudste getrouwd is, zijn vrouw en twee kindertjes ook op het land wonen en er (dus) niet meer door de mannen zelf moet worden gekookt, gewassen etc. Uit de verhalen van Jan Willem en Lonneke begrijp ik, dat het niet altijd goed is gegaan; er is een tijd geweest dat arbeiders de afgelegen plek, zonder enige vorm van afleiding, niet aankonden en aan de drank raakten. Dat heeft voor Bobby forse problemen opgeleverd, waarbij de opbrengsten van zijn land tot een minimum daalden. Ik begrijp echter, dat het nu goed gaat en zelfs zo goed, dat de arbeiders meer loon zullen gaan krijgen (mee zullen delen in het succes van het project) en dat het een grote wens is van Bobby (en Jan Willem en Lonneke) om de kleine huisjes te vervangen door een wat groter huis, met extra slaapruimten, zodat eventueel toekomstige, in agriculture geïnteresseerde volunteers een plekje zouden kunnen krijgen voor een poosje. Well … toekomstmuziek. Zo ver is het nog niet, maar alleen al het dromen over deze toekomst is al prachtig.
We vertrekken. De twee jongetjes worden nog even door Jan Willem over de schouder gegooid, gekieteld en krijgen nog les in fluiten met een groen blaadje. Ze mogen nog even toeteren in de auto en dan is het bedanken, zwaaien en lachen!
En ik? Ik ben enorm onder de indruk van het doorzettingsvermogen van Bobby, die tegen alle gebruiken en standaarden in probeert gezonde voeding te introduceren in Malawi… ‘living his dream, his green dream …’
Big smile ...
Het regent en niet zo zuinig ook. De Malawianen denken dat ze smelten als ze in de regen lopen, of misschien wel dat ze ziektes oplopen. Dat is natuurlijk niet zo gek, als je bedenkt dat met de overstromingen van deze regenperiode zo’n 170 mensen zijn overleden.
Maar … in ieder geval komt geen Malawiaan zijn afspraak na als het regent. Vraag je om een reden, dan is het eenvoudig: geen smoes of leugentje om bestwil, maar gewoon, het regende! Ik moet er vreselijk om lachen.
Tegelijkertijd kan ik me goed voorstellen dat Westerlingen, die hier voor langere tijd wonen en dingen gedaan willen krijgen, hier behoorlijk kriegel van worden. Als een van de assistenten van The Greenshop te laat op het werk komt en daarop aangesproken wordt, kijkt hij stomverbaasd en roept: ‘maar het regende!!!’
Ik grinnik zachtjes, want eigenlijk kan ik me de irritatie van de werkgevers wel voorstellen.
Het is niet eenvoudig om, als het regent, iets voor elkaar te krijgen. Shops zijn dicht, marktjes zijn half leeg en de bevoorrading van de grotere supermarkten loopt behoorlijk achter (ook door ondergelopen wegen, weggeslagen wegen etc.). Tja… het regent!
Zo gingen we op pad om lijsten te laten maken voor de sign language platen. Afspraken gemaakt, mooie eerste lijst geleverd, extra opdracht erbij voor nog twee lijsten, maar helaas: de timmerman blijft in gebreke en levert niet zoals beloofd ‘de volgende dag’. Bij navraag blijkt … oh ja natuurlijk, het regent! ;-)))
Een oplossing lijkt in zicht. Christel, op weg naar de China-shop (Chinezen zijn ook hier breed vertegenwoordigd) ziet regenponcho’s liggen en niet zomaar poncho’s: groene poncho’s – de kleur van de Greenshop! Een belletje naar Jan Willem en er wordt een negental poncho’s aangeschaft en leuker nog: later ook nog bedrukt met het logo van the Greenshop. Dikke pret als de aanwezigen toch echt allemaal even de poncho moeten aanpassen, geen enkele gêne of ‘nee, das niet hip’, nee, gewoon dikke pret met z’n allen om die malle groene poncho’s die je (zo zeggen de Mzungu’s) droog houden als het regent. Ik heb overigens niet het idee, dat het veel zal opleveren in de zin van op tijd komen, of geen boodschap meer hebben aan de regen. Want iets wat zo ingesleten is, verdwijnt niet met het hebben van een poncho. Maar de pret die we nu hebben … onbetaalbaar!
Er zijn overigens nog talloze andere redenen om niet aanwezig te zijn of om afspraken na te komen. De begrafenis van een belangrijke bisschop … ach, alle begrip. Maar ook kan het zomaar zijn dat het geld, gegeven door de opdrachtgever en bestemd voor vervoer, ineens zomaar voor iets anders is gebruikt. En ja, dan heb je natuurlijk geen mogelijkheid om te komen. Toch? Logisch toch? ;-)))
Of je kunt ineens een ander opdracht krijgen, en ja, jammer dan dat je al een voorschot hebt gehad, maar die andere opdracht is heel lucratief, of voor een vriend of voor familie en dat ga je dus echt eerst even doen. Je komt gewoon een week, of een maand, later bij je eerste opdrachtgever en zegt stralend: ‘Hi, how are you, thank you, I am fine too!’ Ik vind het humor…
Vrolijkheid tref je overal aan, ook (of zal ik zeggen vooral) in Afrika en dus ook in Malawi. Ik geniet met volle teugen van de humor van de Malawianen, die bijvoorbeeld in schateren uitbarsten als een van ons, Mzungu’s, per ongeluk in een enorme plas water stapt. Niet alleen kinderen liggen in een deuk en rennen naar vriendjes toe om gillend te vertellen wat er is gebeurd, maar ook volwassenen wijzen en grinniken luidruchtig. Het is een soort lachen, waardoor ik zelf ook in de lach schiet. Niks gênants, gewoon lekker gieren om een grappige, onverwachte gebeurtenis.
Zo loop ik door de markt (zie eerdere foto’s) en moet mijn slobberbroek (waarvan het elastiek toch echt zijn beste tijd heeft gehad) omhoog houden in de natte, glibberige ‘straatjes’. Mensen wijzen en lachen, doen me na en ik kan niet anders dan ook grinniken. Heerlijk!
De gebarentaal met de dove studenten levert soms ook hilarische momenten op. Natuurlijk ‘spreek’ ik de taal nog niet vloeiend en soms ‘doe’ ik ook maar wat. Maar soms ook denk ik het echt goed te doen en liggen de studenten weer volledig krom om mijn communicatie en ‘ratelen’ met elkaar met hun handen zonder dat ik weet waar ik in ’s hemelsnaam de boot gemist heb.
Maar dat je er ook flink veel baat bij kunt hebben als je (een beetje) sign language ‘spreekt’, wordt me duidelijk als we, Christel, ik, Collins en Ayiti, naar de markt gaan om een aantal snacks, dat in het Greencafé verkocht zal gaan worden, in te kopen. We gaan eerst testen, want we zullen meerdere kraampjes en shops langsgaan en kijken, waar de lekkerste snacks te krijgen zijn. Daarna wordt door de grote bazen (big boss) besloten waar de lekkerste snacks zullen worden ingekocht, zodat het Greencafé de locale ondernemers een beetje ondersteunt en het café zelf niet nog meer werk naar zich toetrekt. Win-win situatie toch?
Wij, Christel en ik, denken dat Collins en Ayiti wel weten waar de lekkerste mandazi (een saaie, soms wat droge ‘oliebol’ of donut, die ’s morgens bij de thee wordt gegeten), chapati (kleine pannenkoekjes die naar believen gevuld kunnen worden) en samosa (driehoekig gefrituurde snack met bijvoorbeeld vleesvulling) te krijgen zouden zijn. Helaas, ook zij moeten onderweg her en der navraag doen. Uiteindelijk komen we op de markt, waar we in een rokerig straatje (sorry, geen fototoestel bij me) in een restaurantje geduwd worden waar we chapati kunnen kopen. ‘Plain chapati, please’ en een kleine uitleg erbij wat de bedoeling is. Ik weet niet of ze het allemaal wel begrijpen, maar goed, we krijgen voor 160 kwacha twee chapatis mee. Verderop, om de hoek van het straatje, kunnen we samosa en mandazi krijgen. Weer uitleggen wat de bedoeling is, misschien net iets te compact, en er wordt ons een mandazi voor 50 kwacha verkocht en bij een andere onderneemster (een jong meisje) een samosa ook voor 50 kwacha. Ik denk, dat we een goede deal hebben (wat wil je met twee maal een dubbeltje!) maar Collins (doof) echter slaat fel aan het gebaren: ‘she lies, she lies!’ in sign language dus. Christel en ik begrijpen het, maar uiteraard alle mensen die om ons heen staan, niet. We mopperen tegen de onderneemster dat het geen eerlijke prijs is voor een mandazi en vertellen nogmaals, nu iets uitgebreider, dat het de bedoeling is om de snacks te testen, en als ze lekker zijn, ze een goede deal kan krijgen met een dagelijkse levering aan het Greencafé. Well… niemand snapt natuurlijk waarom wij ineens van mening zijn dat het meisje geen eerlijke prijs rekent, want niemand begrijpt de gebarentaal. Maar uiteindelijk valt het kwartje wel bij het jonge meisje: de prijs wordt aangepast naar 30 kwacha! Ik geniett!!!
Sign language is dus niet alleen geschikt voor communicatie met doven, maar ook behulpzaam bij het ontmaskeren van kleine leugenaartjes! Prachtig! En Collins en Ayiti genieten met ons mee… zeker als we terugkomen in the Greenshop en het hele verhaal in geuren en kleuren vertellen, in het Engels, in het Nederlands maar zeker ook met grote gebaren en dikke pret!
Toch een kleine kanttekening hierbij, want het is niet helemaal onbegrijpelijk dat het meisje haar slag wil slaan bij deze twee Mzungu’s. Ze kan ‘zomaar’ de dubbele prijs vragen en die domme Mzungu’s betalen het ook nog. Het is dat er twee rare, Malawiaanse snuiters bij waren, die met hun handen wapperen, waardoor ze toch nog haar gebruikelijke prijs moet rekenen. Verdikkeme… da’s nou jammer! ;-)))
Lachen, het komt naar mijn mening in Afrika (dus in Malawi) meer voor dan in Westerse landen. Je krijgt als je een beetje toegankelijk bent, overal en altijd een vrolijk ‘How are you?’ en een big smile. Het voelt zo vrolijk, zo puur, eenvoudig. Mensen lachen om simpele dingen. Ik kan me niet voorstellen dat er een Westers kind (laat staan een volwassene) dikke pret heeft om iemand die in een plas water stapt. Humor, plezier, pret in Malawi is van een eenvoud, waar ik van geniet. Van een puurheid, waar ik van opkijk. Van een eerlijkheid, waar ik warm van word. Zonder achterdocht, zonder vervelende bedoelingen, zonder dubbele agenda. Ik geniet en laaf me hieraan …
Een groet met eengrote glimlach vanuit Malawi,
Grada
Overleven of over leven ...
Hoewel je het veel tegenkomt in Malawi, komt het de ene keer harder binnen dan de andere keer: de armoede. Ik vertelde eerder van de markt tegenover The Greenshop, waar een grote brand heeft gewoed. Veel winkeltjes zijn afgebrand, de inboedel en hun koopwaar is verloren gegaan en daarmee ook hun inkomsten voor levensonderhoud. De ochtend na de brand zag ik een huilende onderneemster, maar ook mensen die direct de golfplaten daken en andere nog bruikbare spullen verzamelden. Het was een desolaat gezicht en ik heb me daarna regelmatig afgevraagd wat er met haar (en de andere getroffenen) zou gebeuren.
Deze week was er een soort bijeenkomst, waarbij een groot aantal gedupeerden twee ambtenaren het leven moeilijk leken te maken. Ik kon gelukkig aan Gift (een van de horende assistenten in The Greenshop) vragen wat er aan de hand was: ik begreep dat de mensen die hun winkeltje door de brand zijn kwijtgeraakt, waarschijnlijk in aanmerking komen voor een vergoeding. Helaaszijn de gedupeerden echter niet de enigen die voor de bijeenkomst zijn gekomen; er zijn tientallen andere mensen toegestroomd die ook een graantje willen meepikken van de ellende van anderen. Het is een tragisch gezicht, schreeuwende mensen die hun naam door de ambtenaren op de lijst gezet willen krijgen, mensen die boos wijzen, wijzen naar zichzelf, naar anderen, naar de hemel… zelfs die arme gemeenteklerken duwen en de papieren uit hun handen slaan.
Ik snap het wel: je zult toch maar je winkeltje kwijt zijn en vervolgens merken dat anderen, die er niets mee te maken hebben, niets kwijt zijn, zich ertussen wringen. Dat lijkt me ook om gek van te worden.
Een van de omstanders vraagt zich in gemoede af of het niet eenvoudiger zou zijn als de shop owners op hun eigen stukje grond zouden gaan staan, waarna de ambtenaren hun namen zouden kunnen opnemen. Maar nee, dat lijkt een te logische en eenvoudige manier, het moet gewoon met een hoop Malawiaans geschreeuw en gebaren gaan.
Ik merk dat ik achter mijn camera kruip en een soort barrière opwerp. Dat voelt prettiger, alsof ik aan het werk ben als fotograaf. Het raakt me minder, ik ben bezig met composities en mensen ‘vangen’ in hun ellende en boosheid. Het verschaft me een soort harnas en dat voelt fijn. ’s Avonds bij het bekijken van de foto’s komt de klap alsnog (hoewel iets minder) hard aan…
Na een dag werken in The Greenshop (om 5.30 uur op, 6.00 uur in de auto, 7.00 uur aanwezig in Mzuzu), verven, locks monteren (met een elektrische boor/schroefmachine), het ontwerpen van een aantal borden (‘come and see our garden’), het (laten) maken van houten lijsten voor de sign language platen en het (laten) maken van gordijntjes voor de office, natuurlijk boodschappen doen en af en toe een kopje thee, is het tijd voor een dagje vrij. Iets langer uitslapen (ik zit niet om 5.30 uur op de prachtige zonsopgang te wachten, maar pas om 5.45 uur), rustig ontbijten, douchen, etc.
We, Christel en ik, hebben een afspraak bij Valson, de tuinman van Jan Willem en Lonneke (2 dagen in de week). Hij woont in een ‘village’ iets verder dan de roadblock van Nkhatabay. Het is bloedheet en uiterst vochtig, en na een tussenstop bij een nursery lopen we naar de village. De huisjes staan kris kras langs het zandweggetje, het is er stil, ik zie mensen liggen lezen, vrouwen beetje koken of de was ophangen, scharrelende kippen. Valson komt ons tegemoet lopen en neemt ons in eerste instantie mee naar zijn ‘garden’… nou, noem het maar gerust een groot stuk land. Hij verbouwt maïs en cassave (voor Nsima) en omdat dat altijd, elk jaar hetzelfde is, wordt er veel kunstmest gebruikt. (Tussen haakjes: de huidige president heeft bij de verkiezingen veel stemmen gewonnen, omdat hij niet 5 maar 10 kg kunstmest per gezin per jaar aan de stemmers beloofde. Dan is het niet moeilijk kiezen voor de Malawianen.)
Valson vertelt al lopend van zijn ‘garden’ naar zijn huis, dat hij voor 15 familieleden zorgt. Dat zijn dan zijn moeder (zijn vader is overleden) en de kinderen van zijn drie overleden zusters. Zelf heeft hij een vrouw en een dochtertje Chiwemwe van 5,5 maand (eerder zijn drie kinderen overleden). Zijn moeder woont nu nog een eind van hem af, maar hij is gestart met het ‘sparen’ van bakstenen, zodat hij aan zijn eigen huisje een ‘huisje’ (kamertje) kan bouwen voor zijn moeder.
Het huisje is een schok voor mij. De dakpannen, die absoluut van asbest zijn en vervangen zijn door de ‘iron’ golfplaten, liggen gewoon naast het huisje en zijn, aldus Valson, niet goed meer. Nee, inderdaad. Niet goed meer, maar ook nooit goed geweest. Ik vraag me af waarom die dingen niet opgeruimd worden, hoewel ze misschien minder kwaad kunnen als ze gewoon stilletjes blijven liggen.
De woonkamer is klein met bakstenen muren, een doorgang naar een andere kamer en een doorgang naar buiten, naar een apart ‘kookhok’, waar op houtskool wordt gekookt; hier is Aïda dagelijks aan het koken met Chiwemwe op haar rug. Het lijkt me niet gezond voor een kindje om in zo’n keukentje, dat vol staat met rook, lange tijd te verblijven!
We krijgen een groots welkom, met voldoende eten voor 6 bouwvakkers: rijst, vis, kip, nsima, ‘soup’ (ik denk dat hij saus bedoelde), gekookte casavebladeren en gekookte pumpkin. Valson en zijn vrouw Aïda geven aan dat dit allemaal opgegeten moet worden door ons. Well… dat lukt ons dus echt niet. Ik krijg een acute maagblokkade op het moment dat van mij verwacht wordt dat ik zoveel moet eten, dus er gaat een muizenhapje in. De vis laten wij beiden voor wat het is, de kip is heerlijk (mijn afgekloven botje wordt overigens door Valson later van mijn bord gehaald en kluift hij nog een keer af), de saus en de groenten zijn verrukkelijk. Valson doet voor hoe nsima moet worden gegeten: stukje aftrekken en met je vingers kneden en dan dopen in de saus of vis of wat dan ook. Ik vind niet snel iets echt vies, maar dit vind ik echt niet lekker; ik hoef het gelukkig niet op te eten. Overigens eet Aïda niet mee… ik weet niet goed waarom niet. Zij zit met Chiwemwe bij ons in de kamer en kijkt toe en speelt wat met haar dochtertje.
Ik blijf maar rondkijken; Valson en zijn vrouw vinden het prima om op de foto te gaan en ik moet zeker ook een foto maken van een zittende Chiwemwe, die ik aan Jan Willem en Lonneke moet laten zien: zo goed gaat het dus met haar! Jan Willem en Lonneke sponsoren namelijk het gezin met poedermelk voor de baby, omdat beide ouders HIV-geïnfecteerd zijn (dus geen borstvoeding). Tragisch.
En toch … wat een trots en wat een blijdschap is er en wat een vanzelfsprekendheid dat er voor de hele familie gezorgd wordt. De twee dagen die Valson werkt, leveren genoeg geld op voor (ik citeer Valson) zeep en andere huishoudelijke dingen. Het eten komt uit zijn ‘garden’ en als wij weg zijn, gaat hij werken op zijn land. Wij gaan (met de taxi) terug naar het huis van Jan Willem en Lonneke, gaan zwemmen, eten de meegekregen mango en drinken thee en later een wijntje. Ik heb inmiddels een privékok: Christel (wat een schat!) houdt van koken en al snel ruikt alles naar heerlijke groentesoep.
Armoede… is het overleven … of gaat dit verhaal over leven?
Een nadenkende groet vanuit Malawi,
Grada
TIA ...
TIA … This is Africa!
De hemel gaat open en met de enorme stortbuien blijkt het zelfs in Nkhatabay mogelijk dat er hagelstenen uit de lucht kletteren. Het bliksemt en dondert en het meer gaat tekeer alsof het de zee is met hoge golven die breken op het strand. Natuurgeweld, het is indrukwekkend en soms ook een beetje beangstigend. Ik vraag me af waarom ik dat toch steeds tegenkom: in Indonesië vorig jaar de uitbarsting van de Kelud, waardoor ik met mondkapje, zonnebril en paraplu door Yogyakarta schuifelde en dan nu hagelstenen in warm Afrika.
Het is direct raak: de stroom valt uit. Ik heb tot mijn grote schrik mijn telefoon niet opgeladen en, verdikkeme, ik had mijn (vorige) blog bijna klaar maar had de foto’s nog niet uitgezocht. De laptop is nog redelijk vol, maar ja, ik kan het niet op Reismee.nl zetten. Geen stroom, geen internet, geen telefoon en verderop in het dorp zelfs geen water. Jan Willem weet de gemoederen niet echt te bedaren met zijn opmerking: ‘Oh, dat kan wel weken duren.’ En hij maakt het nog een klein beetje erger door te zeggen dat het allemaal nog slechter kan, want als de dollars in Malawi op zijn, is er ook geen benzine meer en ligt zo’n beetje het hele land plat.
Ik krijg visioenen van mezelf, vastgelopen in Malawi, zo’n 5 uur van de hoofdstad Lilongwe waar op 27 januari 2015 mijn vliegtuig vertrekt, maar waar ik niet kan komen omdat de bus geen brandstof heeft. Ik vraag me af hoe ik dat zou vinden …
Ik kijk naar het strandje waar de lokale bevolking gewoon doorgaat met de was doen, zichzelf wassen, de auto wassen. De vrouwen sjouwen hun zand van het strand naar de weg en maken daar mooie bergen om te verkopen (wie de mooiste berg heeft, verkoopt het snelst). De carpenters in The Greenshop werken gewoon door; mensen in de markt aan de overkant ook (of ze luieren na gedane arbeid!).
Ik zie de vissersbootjes gewoon uitvaren, met hun eigen lampje in een stikdonkere nacht, omdat ze denken dat de vis daar op af komt. De muggen zoemen, de kakkerlakken houden me uit mijn slaap met hun pesterige geknak en ik probeer de tenen van de gekko te tellen (uitleg: er is verwarring hier over het aantal tenen van de gekko, dus ik probeer het definitieve bewijs te verkrijgen).
Wat gebeurt er eigenlijk als alles uitvalt? Als alle dingen waar we zo afhankelijk van zijn geworden, wegvallen? Ik merk dat mijn ‘paniek’, mijn ‘what-ifs’, mijn OMG’s, mijn lange termijn denken zoals gewoonlijk opborrelen. Maar er gebeurt ook iets anders. Al snel komt het besef dat er heus wel weer een dag komt dat het elektra weer werkt en de blog kan natuurlijk ook best wat later geplaatst worden en mijn telefoon heeft nu gewoon lekker vakantie. En voordat ik na deze overpeinzing mijn telefoon uitzet om batterij te sparen, plaats ik snel nog op LinkedIn, Twitter en Facebook een berichtje: ‘Blog bijna klaar, laptop leeg. Geen elektriciteit. Groet uit Malawi!’ zet er een mooie foto bij en hoop dat niemand zich echt zorgen gaat maken.
Want inmiddels is wel duidelijk dat er echt (weer) een kleine ramp heeft plaatsgevonden in het zuiden van Malawi, er zijn zelfs door de overstromingen doden gevallen. In de stuwdam is een van de turbines kapot en er is onvoldoende elektriciteit voor het hele land. De stroom wordt daarom verdeeld, waarbij er gebieden zijn die net even iets meer krijgen dan andere gebieden (waarom moet ik nu toch denken aan ‘1984’ van George Orwell?). Nkhatabay en Mzuzu zijn daar niet bij.
Het restaurant van Steve en Sean kan niet open: geen water, geen elektra, niet koken, geen koele drankjes. Ze komen met hun pick-up truck emmers en containers vol water halen en rijden, na een douche, al klotsend en knoeiend terug naar huis. Zij besluiten de volgende dag om naar Mzuzu te rijden en een aggregaat te kopen, omdat die nu nog redelijk in prijs zijn maar waarschijnlijk volgende week dubbel zo duur worden. Want daar zijn Malawianen goed in: een negatieve situatie ombuigen naar een (voor hen) positieve;-) Zo kun je in het dorp bijvoorbeeld je telefoon laten opladen voor 200 kwacha; ik vind het wel leuk!
Inmiddels is een paar dagen geleden een tweede vrijwilliger voor The Greenshop gearriveerd, Christel, en zij kan een boek schrijven over haar eerste week Malawi: aankomen zonder bagage (duur: twee dagen), vertraagde busreis met een aantal uren (met op de zijkant van de bus de tekst: “yosunga nthawi, yodalilika, yasangala, yamtidzi” wat betekent: punctual, reliable,frienly, comfortable - hahahaha), noodweer, geen elektriciteit etc. etc. TIA…
Maar … onvoorstelbaar snel zijn we gewend aan geen licht. Mijn kleine zaklampje past precies in mijn mond en zo maak je dan je avondeten klaar op een gaspit (en dat is nog comfortabeler dan hoe de Malawianen koken op kooltjes). Verder schijnen we elkaar bij bij het snijden van groente, het koken van pasta (op een gaspitje natuurlijk) en het afwassen. En hoe prachtig is daarna de hemel met zijn duizenden sterren in de donkere nacht, de vuurvliegjes die hier in hele kuddes tegelijk door de lucht dansen, het is te mooi om waar te zijn. ’s Nachts, als het weer onweert, ga ik op het balkon zitten om de prachtige bliksemschichten te bewonderen… slapen doe ik een andere keer wel. Ook hier: TIA.
Ik ben verbaasd hoe snel het afkickproces gaat. Telefoon? Even aan, kijken of er iets belangrijks is en hup, weer uitzetten. De laptop is leeg dus ik kan verder niks. Ik schrijf in mijn schriftje (pfff, als ik dat nog maar kan teruglezen) en de zaklamp ligt constant binnen handbereik. ’s Nachts blijven de muggen en ander pesterig ongedierte uit mijn kamer (en klamboe), want het licht, wat ze zo naar binnen lokt door de kieren van de houten planken wanden, is er gewoon niet.
En dan is het weer dag, vullen we alle lege (wijn)flessen (en dat zijn er een best wel wat!) en containers met water en vertrekken we (na een korte onderbreking door een lege accu van de auto) richting Mzuzu, naar de Greenshop. Ik verf, doe boodschappen, trek nog maar weer eens duizenden kwacha uit de muur omdat je niet kunt betalen met een creditcard (geen stroom) en leer het handalfabet in sign language. Dat is net iets anders dan het NL gebarenalfabet, maar wat is dat toch leuk. Ik krijg vragen als ‘hoe heet je’ en antwoord dan in gebarentaal. En Gift, een van de ‘horende’ assistenten van Bobby, die toch al redelijk lang met de doven werkt, doet met me mee, en we oefenen met elkaar. Christel is al helemaal volleerd, want die heeft in NL een cursus gedaan, dus die kan ons ‘overhoren’ (mmmm, dat is in dit verband toch best wel een gek woord!). Wat me wel opvalt, is dat Gift het alfabet niet kent (hij schiet van G naar P en dan de F …) en dat, terwijl hij toch de middelbare school heeft afgemaakt. Vreemd…
’s Avonds gaan Christel en ik naar het dorp om te eten bij Kaya Papaya (want daar kun je nu weer eten, nu ze een aggregaat hebben). Het is weekend, een koel biertje en een lekkere curry zijn welkom. De houten stoel die ik besteld had, wordt gebracht door Happiness en ik moet later constateren dat mijn oog toch een ander beeld had van mijn sporttas (met wieltjes … denk aan mijn leeftijd!) en dat dat stoeltje er echt niet inpast. Nou ja… daar vind ik ook wel weer een oplossing voor. Want wat is ie mooi!
En ’s nachts, als ik wakker lig, oefen ik nog even het gebarentaalalfabet en baal als een stekker als ik de F niet meer weet… hahaha.
En dan is er ook ineens weer stroom. Gek, hoe weinig het me interesseert. Oh ja, mobiel opladen, laptop opladen en dan morgen gauw de blog versturen…. Dat is inmiddels gebeurd en ik weet niet of ik jullie nu overvoer, maar de verhalen blijven uit mijn vingers rollen en lezen is natuurlijk voor niemand verplicht. Over twee weken moet ik weer vol aan de bak, en zal ik me weer aan moeten passen aan de wensen van mijn opdrachtgevers. Hoewel … een van mijn opdrachtgevers stuurt mij een WhatsApp met een tekst, waar ik misschien iets mee moet gaan doen: ‘Je verhalen zijn leuker dan je notulen…’…
Warme Malawiaanse groet,
Grada
Ze hangen aan de muur ...
Ze hangen aan de muur …
Een van de eerste dingen, die opvalt als je de Greenshop binnenloopt, is het ruime, frisse interieur met felle kleuren. Het tweede wat opvalt, is de grote glimlach van de mensen die er werken. Zo zijn daar natuurlijk Bobby, de shop owner, en Richard en Gift, zijn twee horende assistenten. Regelmatig zijn Lonneke en Jan Willem ook aanwezig, die druk zijn met het regelen, het organiseren, het inrichten en het onderwijs aan de dove studenten. Zo leert Lonneke de studenten bijvoorbeeld fruitsap maken, invriezen in blokjes en later, als er een fruit drink besteld wordt, er met een staafmixer weer een vloeibaar geheel van te maken. Klanten kunnen dan bestellen wat ze willen: sap van pawpaw, mango, ananas, watermeloen of een mixversie. Ik heb het al geproefd en hoewel de Malawianen er waarschijnlijk nog wel een schep suiker in zullen doen (zoetekauwen zijn het), ik vond het zo puur heerlijk!
Uiteraard is Jan Willem degene die de bouwklussen onder zijn hoede heeft, waarbij hij hulp heeft van Sheeda en Stanley, de twee carpenters. Ongelofelijk hoe hier een tafel, een stoel, een kast, een rails voor een schuifdeurtje wordt gemaakt. Alles met de hand, alles met handgemaakte houtverbindingen… ik kijk mijn ogen uit. Ik als vrijwilliger mag daaraan meewerken met lakken, verven, schoonmaken etc. Over verven gesproken: je wrijft twee stenen (gebakken van de rode Afrikaanse aarde) tegen elkaar en verzameld het ‘stof’ (brickdust) wat daardoor ontstaat. Je voegt eenzelfde hoeveelheid cement toe en roert dit door elkaar. Langzaam voeg je wat water toe en blijft roeren. Met de prachtige rood/bruine ‘verf’ kleur je de muren … Hoe simpel kan het zijn! (zie ook de foto’s).
De tuin achter de Greenshop is amazing (sorry, ik heb daar geen ander woord voor). De meest bijzondere kruiden en groenten zijn daar door Bobby verzameld. En als je denkt dat basilicum gewoon basilicum is, dan moet je je mening toch even bijstellen: er is sweet basil, mexican basil en gewone basil. Ik zie het verschil niet zo (, maar Bobby wel. De dille staat manshoog in de tuin en de muntplant geurt je tegemoet. Citroengras is er in overvloed en gember haal je ook zo even in de tuin. En laat ik de peterselie (plat en krul, de koriander, de spruitjes (ja ja!), de bonen, de cherrytomaatjes, de cellery, de bieslook, de spinazie etc. etc. niet vergeten! Seedlings worden zorgvuldig in potjes geplant en klanten kunnen ook die kopen!
De kruiden worden ook gedroogd, gewoon in manden in de zon, vervolgens vermalen en in kleine langwerpige zakjes gedaan. Deze zakjes staan in manden op de toonbank en de klanten kunnen ook een papiertje meenemen waarop de geneeskrachtige eigenschappen van de kruiden staan beschreven. Bobby gaf mij voor mijn keelpijn en mishandelde stembanden thee met gember, citroengras, munt en een schepje honing. Heerlijk!
De groenten, die de Greenshop verkoopt, komen van het land van Bobby (vlak buiten Mzuzu), maar ook van de markt. Ik mocht deze week met Richard mee naar die markt… en dat was een belevenis! Ik heb mijn ogen uitgekeken. Hoe anders is deze markt als ik het vergelijk met Azië of zelfs ook met Kenia. Het is grotendeels overdekt, er zijn redelijk vaste plekken voor alle marktkooplui. Maar wat me het meest opviel, was de manier waarop de goederen worden uitgestald: er worden mooie stapeltjes tomaten, uien, visjes (uit Lake Malawi natuurlijk) gemaakt en dat ziet er ongelofelijk gaaf en georganiseerd uit. Ik heb voldoende foto’s bijgevoegd, zodat je een mooi beeld krijgt.
Het is regenseizoen, dus de paadjes zijn smerig en glibberig. De mensen hebben warme kleren aan, soms zelfs een windjack. Ik kan nog steeds genieten van deze ‘kou’, zo’n 25 à 26 graden, maar ik herken het wel, want toen ik in Israel woonde en mijn vader na een half jaar op bezoek kwam, vroeg ik hem een paar truien mee te brengen. Toen hij aankwam, vroeg hij of ik 25 graden koud genoeg vond om een trui aan te willen hebben ;-)
Het kopen van groenten gaat voor mij ook volstrekt anders dan ik had verwacht. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik van afdingen houd. Zelfs in NL kan ik het niet laten en het levert me altijd wel wat op. Mijn jongste zoon heeft het me ooit, jaren geleden, verboden op een marktje in San José (Costa Rica) bij het kopen van een cadeautje: “nee mam, nee niet afdingen, die meneer is gehandicapt!” Hij zou het hier prettig vinden, want hier in Malawi ding je, tot mijn grote verdriet, niet af. Een mango kost 150 kwatcha per stuk en dat wordt echt geen K 130. En hoewel Richard zeven mango’s selecteert in de hoop dat ze met haar prijs zakt, blijft de dame koppig vasthouden. Hij legt (uh, iets pittiger dan leggen) de mango’s terug en we lopen door. Ik raak er een beetje door in de war, zeker als blijkt dat de mango’s overal op de markt K 150 kosten. En als ik dan vraag aan hem wat dit betekent, dan zegt hij: dan gaan we naar de andere markt. Ik val van de ene in de andere verbazing: want die andere markt levert de producten aan deze markt en is dus goedkoper. Okay … ik geloof dat ik even afhaak. Want waarom zijn we dan niet meteen naar die markt gegaan… ;-)
Collins, een van de dove studenten, is met ons meegefietst, sjort met een soort rubberen band de volle zware tas op zijn bagagedrager en fietst vast naar de shop. Daar aangekomen worden de prijzen aangepast aan de aankoopprijs en wordt ook de productlijst geüpdate. Dat klusje mag ik op me nemen samen met Sisiya, een dove studente, die eigenlijk nog nooit met een computer heeft gewerkt. Wat is dat toch moeilijk om je daarin in te leven. Ik weet bijna niet waar ik moet beginnen. Ik leg haar de muis uit: wat gebeurt er als je links klikt, wat doet rechts, wat doet het wieltje. Soms lukt het (scrollen met het wieltje), maar dubbelklikken lukt niet. Dan moet ik bedenken hoe je het ook alweer anders kan … Uiteindelijk lukt het Sisiya om de prijzen op de productlijst aan te passen, maar ik heb niet het idee dat het haar erg boeit. Het is ook zo weinig tastbaar voor haar, want het uitprinten van de lijsten (voor in de kisten en voor op de toonbank) wordt gauw gauw even gedaan als er weer elektriciteit is en ik weet ook niet of zij de resultaten van haar werk goed begrijpt. Dat is jammer, maar ik besef dat de studenten allemaal net zijn begonnen en er nog een heel leertraject voor hen ligt.
Ze hangen aan de muur … dit is de titel van deze blog. Ja, als je binnen komt is er in de leeshoek een plekje aan de muur voor de studenten. Daar hangen hun foto’s aan de muur met daarbij hun verhaal in het kort. Het zijn stuk voor stuk ontroerende en toch ook stoere verhalen en hun wens om hun toekomst in eigen hand te nemen spreekt er duidelijk uit. Daarvoor werken wij, daarvoor is het project opgezet, om mensen (in dit geval 5 dove studenten) een kans te geven een vak te leren. Dat vind ik mooi en ik werk daar graag aan mee. Ik hoop een heel klein beetje van mijn kennis te kunnen overdragen: computeren, fruitsap maken. En verder verf ik, lak ik, hang ik bloembakken op, haal boodschappen (ja ja, met de auto en nog steeds zonder rijbewijs), koop spiegels voor in toilet en wasruimte en leer zelf weer heel veel lessen. Lessen in modesty, humanity, simplicity, gratefulness and patience. En vooral dat laatste … ik neem er een kilootje of wat mee terug naar huis.
|
Ik wil de huidige 5 studenten graag de mogelijkheid geven om zich voor te stellen.
My name is Nthandose Chadewa and I am a deaf girl. When I grew up, I could hear, but I became deaf in 1996 when I was 7 years old. This was because I was sick. I started school in 1997, but I never finished my secondairy level. I left school at form 3. At the Greenshop I am learning practices and I take my work very seriously. My family knows this is a wonderful way of learning. It is a very good idea for people with hearing impairments to learn about agriculture and other things. I dream about becoming a teacher in Home Economics and maybe I can buy a car in the future. Then I would like to translate everywhere and elsewhere. My name is Ayiti Ngwira and I grew up with both my parents. I am the first born of 6 children. When my parents discovered I have problems hearing, they took me to Maryview school for the deaf in Blantyre, so I could learn easily. First I learned sign language for 4 years and then I went to Standard 1 to 8. At Maryview I was not having a lot of problems, but when I went to Secondary School in Thyolo, I faced a lot of challenges. The major problem was the lack of sign language, which created a communication barrier between me and my teachers. I passed my junior certificate examination but I failed the MSCE. I wanted to repeat but my parents were bankrupt. I just stayed at home with nothing to do until I heard about the Greenshop Foundation. I always wanted to be a soldier, but I realized that may not work because of my hearing impairment. As for now I am interested in commercial agriculture and catering. I do not have a lot of knowledge about this but thanks to the Greenshop Foundation I can learn more.
My name is Sisiya Manda At 6 years of age I became deaf. I failed to proceed my education because I could not communicate with my teachers. I grew up with my mother and did a little bit of hairdressing, but I never went to Secondary School. The Greenshop Foundation means the green future for me and my family. My dream is to either work in a hotel or have my own business. I also dream of assisting those with hearing impairments. I really thank those who brought in the idea of introducing the Greenshop Foundation.
My name is Levi Bingu and I am a deaf boy. I was born hearing, but I became sick and that resulted in a hearing impairment. Sins I was 3 years old I wnt to school and wanted to become a pastor, but I faced many challenges. Now I am working in commercial agriculture business at the Greenshop and I try my best working here. To my family I explain the importance and the wonderful learning of the Greenshop. Here my dream comes true of working in a wonderful team. In the future I like to become a manager of cooking teacher.
My name is Collins Mbewe and I am married and have one child. I lost both my parents. My hearing impairment affected my life. When I was young, I was very sick with malaria. This affected my hearing and I failed to speak. When I was 6 years old, I started school in Mua School for the deaf. After that I went to Enbangweni Robert Laws Secondary School. I left school at form 2. My schooltime was just fine, when my both parents were there. Since my parents died, I failed to continue school because I could not afford it anymore. Before I joined the Greenshop Foundation, I was painting, drawing posters and sometimes practicing carpentry. The Greenshop Foundation is a source of knowledge and experience for me to help me to overcome some of my family problems. I want to be a successful man at the Greenshop by working hard and in this way I can help my family. I will work hard and be transparent. In the future I want to be working at the Greenshop. Jobs are very scares these days. I hope to have my future at the Greenshop. God bless you all. |
|
Hieronder het artikel dat ik schreef voor een locale krant over de Greenshop.
A dream come true
Dit is het verhaal van Bobby Joe Mlongoti, die in 2001 een klein winkeltje in Mzuzu huurde waar hij zijn zelfverbouwde groente en fruit van zijn eigen land verkocht. Het winkeltje liep goed, en in 2011 kreeg hij de mogelijkheid om een stuk grond te kopen en daar een grotere winkel te bouwen. De planning en de bouw duurde 3 jaar en op 24 november 2014 verhuisde de Greenshop naar zijn huidige locatie. Een jaar eerder kwam Bobby in contact met twee Nederlanders van de Stichting Chimwemwe Malawi, die hij vroeg hem te helpen zijn droom om, naast zijn winkel, iets voor de community te betekenen waar te maken. De Nederlanders waren enthousiast en de samenwerking ging van start.
De Greenshop biedt inmiddels vijf jonge dove studenten een leerplek. Nthandose, Collins, Sisiya en Levi zijn door een ziekte doof geworden, Ayiti is doof geboren. Zij werken en leren in de Greenshop onder begeleiding van Bobby, zijn twee assistenten Richard en Gift en de twee Nederlanders aan hun toekomst. Alle vijf weten ze wat ze in de periode bij de Greenshop willen leren, zodat ze in de toekomst zichzelf en hun familie kunnen supporten. Hoewel ze nog maar net zijn begonnen en nog een heel leertraject voor zich hebben, weten ze dat ze in de toekomst bijvoorbeeld zouden kunnen gaan werken als serveerster of als kok in een restaurant, of misschien zelfs hun eigen winkeltje zouden kunnen beginnen. Na een periode van maximaal 3 jaar zullen zij hun studietijd afronden en zullen nieuwe studenten bij de Greenshop een kans krijgen. De droom van Bobby gaat daarbij verder dan alleen het helpen van dove mensen, hij zou het fantastisch vinden om ook lichamelijk gehandicapte jongeren een kans te bieden zich te scholen met als doel een selfsupporting toekomst.
De Greenshop wordt binnen afzienbare tijd uitgebreid met een Greencafé, waar naast koffie, thee en verse fruitdranken ook maaltijdsalades kunnen worden gemaakt. Achter in het gebouw is een klaslokaal ingericht, waar ze leren over commercial agriculture business: verbouwen, kopen en verkopen van gezonde groenten, fruit en kruiden. En ook home economics: cooking, serving etc. Maar ook is er gelegenheid om nog beter Engels en sign language te leren. En dat betekent dat de Greenshop niet alleen voor de studenten een gouden kans betekent, maar ook voor de mensen van Mzuzu. In de shop is gezonde, organische voeding te verkrijgen, is er zelfgemaakte jam, gedroogde kruiden, honing en beewax. De kruiden worden vers uit de tuin gehaald, maar zijn ook in poedervorm verkrijgbaar. De koffie, cappuccino en thee wordt vers gezet, er zijn zelfgemaakte cakejes en als Greencafé binnenkort opent, ook maaltijdsalades te bestellen. En alles tegen een eerlijke prijs, afgestemd op vraag en aanbod.
Op het moment dat dit artikel verschijnt, wordt er heel hard gewerkt om alles gereed te krijgen voor de officiële opening van de Greenshop en Greencafé: de tegels worden gezet in de keuken, de timmermannen maken tafels, de stoelen worden geverfd, de counter krijgt een kleurtje… u bent zeer welkom! |
The day after ...
Jarig zijn, ach, ik heb er niet zo veel mee. Het is hoogstens een aanleiding om een feestje te geven, maar als je zoals ik in januari, zo vlak na alle feestdagen verjaart, dan heeft iedereen het ook wel een beetje gehad met feesten.
Als ik wakker word, heb ik dan ook niet direct door dat ik een nieuw tiental bereikt heb: 60. En hoewel ik inmiddels volledig stemloos ben, kan ik op andere vlakken geen enkel verschil constateren met de dag ervoor, toen ik nog 59 was.
Het is wel een hele aparte gewaarwording om zover van huis, in zo’n andere omgeving, zo veel mails, facebookberichten en appjes te krijgen met felicitaties, goede wensen met prachtige foto’s, ballonnen en taarten en zelfs extra fotoruimte op ‘reismee.nl’ als cadeau (dank je wel Wiebe, daar ga ik vandaag schandelijk gebruik van maken!).
En hoe graag ik ook overal op zou willen reageren, ik zit wel in Malawi en KPN heeft in al zijn ondoorgrondelijke wijsheid besloten dat (in ieder geval mijn) webmail hier niet werkt. Vele tweetjes naar @KPNwebcare heb ik eraan gewijd, maar ik heb het opgegeven. Met deze blog weten jullie tenminste waarom ik zwijgend al deze aandacht over me heen heb laten komen … en er met een big smile van heb genoten!
Het is een regenachtige dag, een prima dag om te werken. Het kost me wel dubbel zoveel tijd om wat werk gedaan te krijgen: het internet is hier aangepast aan de warmte en het tempo van Afrika, een tempo wat dus prima bij mijn leeftijd past

Het is daarna overigens nog een heel gedoe om de router (luxe!) weer te vullen: de simkaart uit je telefoon verwijderen, de simkaart uit de router in de telefoon doen, kaartjes (elk 1.000 kwatcha) openkrassen en de codes (per stuk weet ik hoeveel cijfers) via een telefoonnummer activeren. Dan de simkaart uit je telefoon halen en weer in de router doen. Zeer omslachtig, maar Jan Willem heeft het in een paar minuten voor elkaar. En als je dan aan het werk bent en ineens valt alles weg, denk je al gauw ‘shit, data op’, maar gelukkig is dat niet altijd zo: internet is niet zo stabiel en valt wel eens uit

Het valt me trouwens op dat iedereen wel een mobieltje heeft (de oude Nokiaatjes tieren hier welig, ik heb - nog - geen smartphones gezien), maar er eigenlijk alleen mee belt en sms-jes verstuurd. Het is een ‘trip down memory lane’ met ook wel wat weemoed, want hoe heerlijk was het dat je niet overal alles binnenkreeg, gewoon even moest wachten tot je op het werk of thuis was voor je antwoord kon geven. Nu moet alles meteen, direct, acuut. Wat dat betreft vind ik het heerlijk om weer even in Afrika te zijn (Azië heeft ook zo’n invloed op me), om even ‘ge-reset’ te worden, alles weer eens in perspectief te zien, te moeten (en dus te kunnen) relativeren.
Ik ben verwend op mijn verjaardag. Ik kreeg een heerlijke cappuccino geserveerd door Lonneke, ik neem een duik in het prachtige Lake Malawi, luister naar de kletterende regen op het dak terwijl ik gewoon buiten op het balkon zit te werken en Lonneke en Jan Willem de was doen en in de tuin aan de slag gaan. Jan Willem verbreekt het wereldrecord band verwisselen, nadat hij (toevallig?) heeft geconstateerd dat de (geleende/gehuurde) auto een lekke band heeft.
Het uitzicht is prachtig, Mozambique (het meer is hier 80 km breed) is prachtig zichtbaar. En als het werk gedaan is, de was te drogen hangt, drinken we een drankje, eten een klein hapje en kletsen we wat af. Ik steek heel wat op van de verhalen van Lonneke en Jan Willem: gelukkig weet ik nu dat in Malawi het laten van winden verboden is!
Wat een leven …
Aan het eind van de dag lopen we naar het dorp, naar Kaya Papaya. Dit restaurant (en kroeg) wordt gerund door Steve en Sean uit Engeland (heb ik al eerder verteld, sorry ... is de leeftijd!). Heerlijk eten, veel zoenen en hugs voor mijn verjaardag en tot slot een prachtige, door Sean zelf gemaakte notentaart met koffiesmeersel bovenop. En … 1 kaarsje (vind ik héél lief …). De nodige drankjes maken dat we niet teruglopen naar huis, maar een taxi nemen om na een laatste slaapmutsje in bed te vallen…
The day after… ja, dat is niet altijd even leuk. Mijn kater en ik worden al vroeg (05.15 uur) wakker getoeterd door een aantal mensen dat het nodig vindt om naast mijn raam/hoofd ruzie te gaan staan maken (of is het een gewone conversatie?). Nog even sudderen en dan toch maar op het balkon gaan zitten. Een koel briesje, een glaasje sap, even zwemmen (is goed tegen een kater - aldus Lonneke) en een boekje lezen. Mijn eerste dag van de rest van mijn leven is begonnen.
Ik dank iedereen voor alle lieve reacties voor mijn verjaardag, maar ook op mijn blogs, en groet jullie uit mooi Malawi: tiwonanengi soni!
Grada
Zo donker ...
Er is een aantal zaken in Afrika waar ik me altijd weer over verwonder: het is zo donker na zonsondergang en het is nooit stil. Dat laatste klinkt misschien raar, want lawaai zou je toch eerder in Westerse landen verwachten, met de 24/7 economie. Maar dat is dus niet zo. Ik weet nog dat ik bij mijn zoon in Amsterdam logeerde en dat ik dacht: wow, het is hier stiller dan in het dorp waar ik woon. Donker was het daarentegen niet, of misschien beter gezegd: het is nooit donker! Niet in een dorp en niet in de stad. Ik herinner me een ruimtefoto van de aarde, waarop zichtbaar was dat Nederland een enorme lichtvervuiling produceert.
In Afrika daarentegen is het na zonsondergang donker. Echt donker. Het enige licht komt van de maan. Dus als het bewolkt is, zoals nu, is het donker. Echt donker. Een beetje ‘griezelig’ donker ![]()
En de stilte die je zou verwachten in een land dat na zonsondergang toch redelijk snel tot stilstand komt … nee, die stilte is er niet. Een enorm lawaai begint, van kikkers, krekels, apen, en allerlei dieren van wie ik het geluid niet ken. In het regenseizoen (nu dus) is ook de regen op het dak een welkom slaapliedje, nou ja … soms een enorm geratel als de hemel echt even de sluizen openzet. Maar … I love it!
In de Greenshop waar ik vrijwilligerswerk mag doen, werken dus 5 dove studenten (en niet 4 zoals ik eerder schreef). Inmiddelsheb ik ze allemaal leren kennen: Nthandose, Sisiya, Collins, Levi en Ayiti (ik zal een volgende keer wat meer over ze vertellen).Ik ken de wereld van dove mensen niet en daardoor ontstaan soms hele leuke situaties. Zo was Collins bezig met een bestelling klaarmaken voor een lodge, groente, aardappelen, fruit en kruiden. De bestellingen worden in kisten gedaan en bij de klanten langsgebracht. Ik ‘registreerde’ dit allemaal wel, maar niet meer dan dat. Terwijl ik druk was met een ander klusje, schrok ik me helemaal te pletter toen Collins de aardappelen in de kist stortte. Collins zag dit en we lagen met z’n allen in een deuk: Collins omdat hij zich niet had gerealiseerd dat deze actie van hem zoveel lawaai had opgeleverd, en ik omdat ik niet besefte dat hij daar dus helemaal niets van hoort. Beiden verontschuldigden wij ons voor onze reactie. Het was een moment van bezinning, ik denk voor ons allebei. We vroegen ons beiden af of de ander nou in deze situatie een voordeel had of juist niet …
Het is voor Malawianen moeilijk om (ver) vooruit te denken. Zijn wij Westerlingen vaak bezig met de toekomst (denk aan het regelen van ons pensioen op het moment dat we gaan werken), Malawianen bedenken dat niet eens. Verschillende voorbeelden kwamen in diverse gesprekken, met Jan Willem en Lonneke maar ook met de dove studenten, aan de orde.
Zo vertelde Jan Willem me, dat het regelmatig voorkomt dat Malawianen een aanbod voor werk afslaan, maar de volgende dag gewoon komen bedelen om geld. Nemen ze de opdracht wel aan, dan is het niet meer dan normaal om een voorschot te vragen en als het even tegenzit (voor de opdrachtgever bedoel ik dan), verdwijnen ze daarna om ofwel helemaal niet terug te komen, ofwel zonder enig excuus na een week of langer weer op te duiken en verder te gaan waar ze gestopt zijn. En dat dan met een big smile en het ene of andere mooie verhaal, zonder excuses, gewoon zomaar…
In een gesprek met een paar van de dove studenten kwam het leertraject in de Greenshop aan de orde. Een van de onderwerpen was dat er een eind aan hun studieperiode in de Greenshop zou komen, bijvoorbeeld over twee of drie jaar.Ik heb dan echt het idee dat er twee werelden eventjes 'botsen'. Als voorbeeld: ik mocht deze week als vrijwilliger een artikel schrijven voor een local (free) newspaper over de Greenshop. Al typend op mijn laptop stond Levi achter mij en werdenigszins onrustig toen ik schreef over de (onder andere zijn) toekomst, dat hij over twee of drie jaar aan het einde van zijn studieperiode zal zijn en waarschijnlijk een baan zal kunnen krijgen als kok in een restaurant of misschien zelfs een eigen winkeltje zou kunnen beginnen. Zijn onrust werd nog duidelijker toen hij me probeerde te vragen waarom hij dan weg zou moeten; helaas ging de gebarentaalvervolgens zo snel, dat ik het niet meer kon volgen. Gelukkig is er dan iets anders wat zijn aandacht vraagt, zodat ik hoop, dat hij niet teveel blijft nadenken over die verre, verre toekomst.
Terug naar de toekomst en naar de titel van deze blog: zo donker. De toekomst is voor Malawianen ook enigszins donker. Er heerst veel hiv/aids in het land, er is enorm veel armoede (wat de levensverwachting nou ook niet ten goede komt) en er wordt (daardoor) heel slecht gegeten (Nsima, een papje van maismeel of Kondole, een papje van cassavemeel, wat wordt aangevuld met bonen en soms ei of beef).
Vandaag was die toekomst voor een aantal mensen in Mzuzu ook weer ‘verdwenen’. Toen we vanochtend aankwamen bij de Greenshop, hoorden we dat een deel van de markt tegenover de shop ’s nachts was afgebrand. Waarschijnlijk is een stoofje, waar de mensen op koken, omgevallen en hebben nog warme kooltjes het droge hout van de hutjes van waaruit handel wordt gedreven, in brand gezet. Een desolaat gezicht met naast een huilende onderneemster, ook spelende kinderen en mensen die hun golfplaten meenemen om ze opnieuw te gebruiken. Toekomst … in een nacht kan die verdwenen zijn…
Het project The Greenshop is naar mijn idee echter een broodnodig lichtpuntje. Niet alleen is het een lichtpuntje voor de dove jongeren, die misschien wel een prachtige toekomst tegemoet gaan met werk, de gezonde invloed van de Greenshop, ook wordt bij elke grotere klus (timmermanswerk, tegelzetter etc.) volop gebruik gemaakt van locale arbeiders, die daarmee ook weer een beetje toekomst krijgen. Het is een voorrecht om te mogen meemaken, hoe enthousiaste mensen, Bobby Mlongoti (de Greenshop owner) en Jan Willem en Lonneke (de ondersteuners via de foundation), iets opzetten waarmee toekomst wordt gecreëerd. Aan de leerschool voor de doven mag ik mijn steentje bijdragen (ik mocht vandaag computerles geven), evenals aan het project zelf (ik mocht vandaag een promotieartikel schrijven voor een locale krant om klanten te werven voor de Greenshop en het binnenkort te openen Greencafé).
Maar nu is het eventjes weekend. Tijd om even te relaxen. De golven van het meer klotsen zachtjesop het strand, de maan is niet zichtbaar door de wolken. Het is dus donker, héél donker. En de kikkers en krekels zijn hun nachtelijke, luidruchtige activiteiten begonnen…
Met een tevreden groet uit prachtig Malawi, Nkhatabay!
Grada
Gewend ...
Als ik mijn blog van 5 januari lees, moet ik wel even glimlachen. Want ik had nog zoveel uitgebreider kunnen schrijven, er is nog zoveel meer wat me is opgevallen, wat zo typerend is aan Malawi. Zoals bij de pech onderweg…
We stonden nog geen minuut te kijken naar het probleem (een beschermingskap achter de bumper, onder de motor die gewoon (af)gebroken was en over het asfalt ratelde), of er kwamen in deze ‘middle of nowhere’ al twee Malawianen aanlopen die direct onder de auto doken. Zonder vragen, zonder mopperen, gewoon doen. Gelukkig voor hen had IK dan wel weer een bundeltje tyraps bij me, zodat de losse delen aan elkaar en aan de bumper vastgemaakt konden worden. Natuurlijk hebben we ze een kleinigheidje gegeven, maar ik weet zeker dat als we dat niet hadden gedaan, ze ook breed lachend waren verder gewandeld met in hun achterhoofd het prachtige verhaal wat ze thuis kunnen vertellen: vier Mzungus (white people) en dan ook nog vier vrouwen;-) met pech langs de weg. Bij een drankje gaat zo’n verhaal er wel in…
Een drankje. Ja, dat is een groot probleem in Malawi. Er wordt veel gedronken en er is dan ook veel openbaar dronkenschap. Mannen lopen slingerend langs de weg of erger nog: proberen te fietsen. En dat levert gevaarlijke situaties op de slechte wegen en met de rammelende auto’s. Want de wegen zijn ok, maar je moet toch regelmatig gaten (of lopende/fietsende mensen) ontwijken. De claxon is hier dan ook een veel gebruikt onderdeel van de auto. En iedereen die mij goed kent, weet dat ik daar ook (niet alleen in Malawi) veelvuldig gebruik van maak hahaha!
Dat die claxon belangrijk is, merkte ik deze week ook toen ik ’s morgens wakker werd omdat ik dacht dat ik een auto het water in hoorde rijden. Een hoop lawaai, een hoop gespetter, spinnende wielen en ineens was het stil. Ik was toch wel heel nieuwsgierig en liep naar buiten. Je weet dan niet wat je ziet: de ambulance van het vlakbij gelegen hospitaaltje stond pontificaal in het meer en twee broeders (?) waren heel rustig de auto aan het wassen. Met een big smile (en natuurlijk mijn camera in de aanslag) heb ik het hele schouwspel (duurde ruim een uur) gadegeslagen: met een doekje en wat sop wordt de auto gewassen, de ramen gelapt, de bumper gepoetst en … de claxon schoongemaakt. Ik wist niet dat dat kon, maar een mens is nooit te oud om te leren.
Na dat uurtje poetsen (en lachen, en zingen, en uitrusten, en kletsen) wordt hetzelfde doekje even uitgespoeld en gaan de broeders zichzelf te lijf: gezicht en haren worden lekker gesopt, handen gewassen en de schoenen leeggegoten. Die mogen vervolgens even drogen in de zon. Zelf gaan ze in de auto zitten om even uit te rusten van deze intensieve klus. Ik vraag me af: ruikt de auto nou naar mensenzeep of de broeders naar autozeep?
In de periode dat ik in het dovenproject in Mzuzu meeloop, woon ik bij Lonneke en Jan Willem, de begeleiders van het project. (Helaas is Lonneke nog steeds geveld door de griep en ga ik dus alleen met Jan Willem naar Mzuzu.) Zij hebben twee huisdieren: een hond (Charlie) en een kat (Sjees) die dol op elkaar zijn. Als zij hun gekke half uurtje hebben, dan leg ik alles opzij en aanschouw het geheel als een film. Ik heb nog nooit gezien dat een kat en een hond zo met elkaar spelen… De foto laat hoop ik zien wat ik bedoel.
Omdat de auto van Lonneke en Jan Willem geduldig op een vrij cruciaal spare part wacht, zijn we tot op heden afhankelijk van ofwel een taxi ofwel een lift van mensen uit Nkhatabay die ook naar Mzuzu gaan.
Nadat we dinsdag met gevaar voor eigen leven meegereden zijn met Steve en Sean, de Engelse eigenaren van het restaurant Kaya Papaya in Nkhatabay, krijg ik mijn eerste les in sign language (gebarentaal). Het is zo verschrikkelijk leuk om te leren en om te zien hoe enthousiast mijn teacher (Collins) is als ik dingen oefen en hij me begrijpt! Ik heb in mijn leven veel talen geleerd, maar nog nooit heb ik zoveel plezier beleefd aan het begrepen worden! Als ik de andere dove studenten tegenkom, probeer ik alles wat ik geleerd heb uit en af en toe gieren ze het uit en verbeteren me met veel handgebaren! Heerlijk! Het is jammer dat ik hier in deze blog niet kan laten zien wat ik allemaal geleerd heb … ;-)
En dan is het woensdag. Een prachtige dag met een helderblauwe lucht na een nacht met forse stortregens. Het is regenseizoen en ik heb begrepen dat het al minder heet is dan een paar weken geleden. Voor mij is het echter nog steeds behoorlijk heet, maar ik vind het heerlijk.
Lonneke is aan de beterende hand, maar dat snap ik heel goed: ze heeft het aan mij overgedaan. Ik verkeer in een staat van algehele malaise en het toilet is op dit moment mijn beste vriend. Ach, ook dat gaat wel weer over. We blijven thuis en dat is heerlijk. Jan Willem gaat voor een krant een artikel schrijven over de Greenshop, ik werk een beetje aan deze blog, bel mijn gehele beltegoed op om mijn computer aan de gang te krijgen en kan (met dank aan Wilco van IT Synthon) eindelijk even wat voor mijn opdrachten doen. Ik ga ook nog even met de taxi naar het dorp (kosten 1500 kwatcha =3 euro), haal een pak geld en kraskaartjes voor databundels. Dat laatsteis geheel nieuw voor mij (verwend kreng met- in NL - een telefoon abonnement) en ik kijk mijn ogen uit. Ik zet ook nog even alle foto’s die ik in de afgelopen week heb gemaakt, op de computer. Een week … Het lijkt veel langer.
Ik zwem wat, blijf kijken naar het schouwspel van de vrouwen uit het dorp, die hier aan het strand hun was doen, die was op de rotsen te drogen leggen en vervolgens de tijd nemen om zichzelf te wassen zittend in het water; ze kletsen en zingen en kijken af en toe omhoog naar die rare Mzungu die daar op haar balkonnetje zit met een computer op schoot. Ik zou er wat voor geven om te weten wat ze denken ….
Veel liefs vanuit een adembenemend Malawi,
Grada