Grada-in-Afrika.reismee.nl

Een droom ...

Zondag aan het strand. Ik kan het niet laten en sta heel vroeg op om de zon op te zien komen. Het blijft me boeien… Het is vloed en de zee trekt me bijna naar zich toe. Ik doe gauw mijn badpak aan en zwem een poosje. Het is nog stil, de verkopers op het strand zijn er nog niet, alle gasten liggen nog in diepe slaap. Ik geniet…

Zondag. Mijn rustdag. En inderdaad, ik lig even later op mijn strandbedje en val bijna direct in slaap en droom.

Ik droom nog een keer mijn droom, die afgelopen vrijdag werkelijkheid werd. Een droom die eigenlijk al drie jaar bestaat, een droom die begon toen ik in Kenia Roos leerde kennen. Zij vertelde me over KidsCare en ik maakte mijn eigen plaatjes in mijn hoofd; ik wilde het eigenlijk wel met eigen ogen zien, HomeCare in Kenia, zorg voor de aller armsten. In de loop van de jaren vervaagt het een beetje, Indonesië (Java) en Malawi komen in mijn leven. Maar toch … jaarlijks komt de ‘Kenia-clan’ uit 2011 nog bij elkaar en jaarlijks hang ik aan de lippen van Roos als ze vertelt over KidsCare. Eind 2015 is daar plotseling de vraag: ‘Grada, wil je ons helpen met KidsCare?’ Natuurlijk doe ik dat! Onder één voorwaarde: mag ik alsjeblieft een dagje mee de fields in?

En vrijdag, vrijdag is het dan eindelijk die dag waarover ik al zo lang droom. Ik ga met eigen ogen zien waar KidsCare voor staat, ik ga ‘mijn eigen plaatjes’ vervangen door de werkelijkheid, want ik ga mee de fields in!

Laughing

We hebben afgesproken om 09.00 uur, Josephine, Social Worker, en ik. We zullen naar Nikaphu gaan, een dorp waar we vijf households (gezinnen) gaan bezoeken. Een klein persoonlijk probleempje moet ik nog wel even zien weg te werken: de Social Workers gaan per motorbike naar hun villages en ik … ik heb ooit gezworen nooit (meer) achter op een motor te stappen, gewoon omdat ik zelf de regie wil houden en ik een gruwelijke hekel heb aan al die attributen die je aan moet wil je op zo’n ding stappen. Ik ben wel enigszins gerustgesteld als niemand zeurt over een beschermende jas en/of broek en ik alleen een helm op moet (die kan ik niet weigeren nu ik juist deze week Derrick, de therapeut, dwingend heb gewezen op zijn verantwoordelijkheid om in ieder geval een helm op te doen als hij achterop gaat). Vervolgens spreek ik mezelf behoorlijk streng toe en ja, het werkt

Tongue Out
Ik stap achterop, alsof er nooit een probleem is geweest.

Josephine gaat vandaag niet alleen, Mohammed (Modi voor ingewijden) rijdt met haar mee en ik mag achterop bij hem. Het is me in eerste instantie niet duidelijk waarom hij meegaat, hij is geen Social Worker en werkt bij KidsCare op de farm (en verder ook als boda boda – een motorbike-taxi). Maar later die dag begrijp ik deze keuze: de weggetjes naar de onderkomens van de households zijn dermate smal en zanderig (denk aan los strandzand) dat hij met Josephine meerijdt om haar waar nodig te helpen.

We vertrekken onder enige hilariteit, want er moeten foto’s gemaakt worden. Sjonge jonge, eentje is wel genoeg hoor. Als ik later mijn camera terug heb, zie ik dat er toch zeker 20 foto’s van mij zijn gemaakt. Er mag gedelete worden!

KidsCare Centre ligt aan de doorgaande weg van Mombasa naar Lunga Lunga en we vertrekken richting noorden. Vlak voor de grote suikerfabriek gaan we de weg af en wordt het al iets minder comfortabel. De weg van rood zand (is speciaal hierheen gehaald om de weg te maken, het is steviger en harder dan het gewone grijze zand) is wat hobbelig, maar goed te doen. Ineens zie ik Josephine zomaar rechtsaf slaan en oh… dat had ik niet gezien, er is een heel smal weggetje waar we in moeten. Even later zie ik kleine stukjes land waar casaves op worden verbouwd, er is een binnenplaats (met boom natuurlijk) en er lopen kippen rond en een vreselijk irritante haan die de boel steeds opjaagt. Rondom de binnenplaats staan wat gebouwen; een van de gebouwtjes is de keuken, er brandt een vuurtje. We zijn bij onze eerste household: Mary Noni met haar man. Twee kinderen zitten op school, eentje (Alex) loopt nog rond want die heeft pas om 11 uur school (roulatiesysteem in verband met gebrek aan lokalen).

Een stoel wordt gehaald (voor Josephine), nog een krukje en wat jerrycans (daar kun je ook heel comfortabel op zitten), Mary zit gewoon op de grond en vader blijft in eerste instantie staan. Er wordt uitgebreid gepraat, ik versta er niks van natuurlijk, maar ik kan niet ophouden met kijken (en foto’s maken van die jonge moeders met hun kindertjes). Korte tijd later verschijnen er twee guests: de chairman van het dorp en een KCV (KidsCare Volunteer, iemand uit het dorp die vrijwillig zijn/haar bijdrage levert aan KidsCare binnen zijn/haar eigen dorp. Per dorp zijn er vijf KCV’s waarvan er tenminste twee vrouw moeten zijn). Blijkbaar was dit de afspraak, want niemand is verbaasd. Josephine stelt uiteraard haar stoel ter beschikking aan de chairman; verschil moet er wezen. Er wordt weer veel gepraat en Josephine deelt een stapeltje enveloppen uit; de chairman en de KCV lezen uitgebreid en langdurig het korte briefje. Daarna wordt de meegebrachte tas met (NL) kleding uitgepakt en komt iedereen (de drie jonge moeders met kinderen) erbij om kleren uit te zoeken. Mary vindt in de tas een petje, dat wij in NL op het hoofd van een baby zetten. Maar zij zet m zelf op en blijft daarmee rondlopen. Het kleinste kindje zit aan de voeten van de chairman, kijkt vol bewondering omhoog en neemt nog een hapje zand…

Het huis van Mary wordt bekeken: ik ben verrast hoe groot en schoon het is. De muren zijn nog niet allemaal klaar, want er kan pas weer verder gewerkt worden als het weer regentijd is. De kamer van de kinderen moet hierop wachten en tot die tijd slapen ze in het deel van het huis dat al wel klaar is. De bedden hebben allemaal een net, zoals ook nadrukkelijk wordt aanbevolen door KidsCare. Op mijn vraag waar ze hun water halen, vertelt Josephine dat ze naar de rivier moeten lopen. Dat is een behoorlijk eind weg en het water is bruin en modderig. Dit is ook een van de aandachtspunten dat het water altijd wordt gekookt voor gebruik. Tot slot kijken we naar het toilet: het is gebruikelijk dat de mensen hier hun behoefte in de bosjes doen, maar het programma van KidsCare vraagt de households om een toilet te graven. Dat is niet eenvoudig in dit losse zand (het stort steeds in), zodat er geleerd is met een plastic rand te werken (gat graven en daarin een plastic container zonder bodem plaatsen). Ik moet mijn lachen inhouden als ik Mary’s toilet zie: ze heeft een klein gaatje gegraven waar een klein containertje in is geplaatst (helemaal boven aan het gat). Well, of dit erg nuttig is, weet ik niet. In ieder geval vereist het wat handigheid om dit dingetje als toilet te gebruiken…

Mary zit al bijna vijf jaar in het programma van KidsCare. Het is duidelijk zichtbaar dat zij enorme vooruitgang heeft geboekt: haar drie kinderen gaan naar school, en ze genereert inkomen met haar kippen en casaves. Medio 2016 zal Nikaphu geëvalueerd worden en onder andere deze household kan daarna zelfstandig verder. Dat betekent dat een ander heel arm gezin kan worden geholpen. Het moge duidelijk zijn dat de households hier wat angstig voor zijn, maar ze worden nooit echt in de steek gelaten, ook niet als zij geen onderdeel meer uitmaken van het HomeCare Program.

De chairman en de KCV nodigen ons uit om naar het dorp te komen en de school te bezoeken, waar ook een aantal KidsCare kinderen op zit (de fee voor de school wordt door KidsCare betaald tot de households voldoende economisch onafhankelijk zijn om het zelf te kunnen betalen). De chairman rijdt de motor van Josephine (zij mag achterop) en de KCV klimt achterop bij Modi en mij. Krapjes denk ik nog, maar ach, ik zie er soms wel vier mensen op één motorbike zitten

Surprised
De weg lijkt wel één groot breed strand op een zomerse dag en we komen al slippend en slingerend bij de school aan. Een paar prachtige gebouwen, een binnenkort in gebruik te nemen keukengebouw, toiletten en een speelplaats! We worden welkom geheten door de headmaster (die met de leesbril met één pootje), die de KidsCare kinderen bij zich roept. Ik maak de verplichte foto en wandel nog even mee naar de lokalen voor de hogere klassen: die zijn nog niet van steen, maar beter iets dan niets. Ik vind het wel iets hebben! Zie vooral de foto’s!

Ineens merk ik dat ik al mijn water ben vergeten. Stom natuurlijk, dat is me nog nooit gebeurd. Aan de andere kant is het ook wel goed, want mijn logé viert nog steeds een feestje in mijn buik en zo lang er niks in gaat, hoeft er ook niks uit. En eerlijk gezegd, zie ik mezelf niet zitten op zo’n gaatje in de grond …

Het is me een groot raadsel hoe Josephine in deze village, waar de huisjes zo verspreid liggen aan kleine zandpaadjes die elkaar kruisen en weer bijeen komen, de weg weet. Het ene zandpaadje lijkt op het andere paadje, maar ze slaat zeer zelfbewust dan weer linksaf dan weer rechtsaf. Als ik navraag doe, blijkt ze pas één keer eerder hier geweest te zijn, omdat ze deze regio in januari heeft overgenomen van haar collega (die na de vakantie in december niet meer terugkwam uit Nairobi, omdat haar familie niet wilde dat ze zo ver weg werkte). Heel af en toe stopt ze en kijkt rond en rijdt dan weer zelfverzekerd het volgende paadje op. Respect!

We vertrekken naar de tweede household: Mwana Konbo Hussein. Een prachtige vrouw. Haar man is kortgeleden overleden, maar ze redt het wel. Ze maakt makuti (dakpannen van palmbladeren) voor op de daken van de huizen en verkoopt die. Er wordt weer volop gepraat, vooral door Mwana. Haar drie kinderen zitten op school (de fee wordt door KidsCare betaald), haar oudste zoon (18) heeft allerlei kleine baantjes. Hij heeft een prachtig huis gebouwd (is zelfs bezig met een aanbouw), zijn moeder woont in de wat mindere variant. Maar als we daar binnen kijken, ben ik wéér onder de indruk. Ook hier heeft het bed een net, is alles netjes opgeruimd en schoon. En ook hier wordt door Josephine gecontroleerd hoe het staat met het toilet. De grond is hier wat steviger dan bij Mary en ze heeft een behoorlijk groot gat kunnen graven zonder dat dit direct weer instort. Er liggen boomstammen overheen. Blijkbaar werkt het zo: eentje duw je wat opzij, de andere gebruik je om op te hurken of zoiets… ik heb er niet zo’n beeld bij

Embarassed

In de tuin van Mwana staat een cashew tree. Modi plukt een paar cashew-vruchten, die een soort bitterzoet vochtig vruchtvlees hebben en die mijn dorst een beetje lessen. Josephine nipt eraan, maar griezelt …

We vertrekken weer en rijden over zandpaadjes en wat steviger bospaadjes. Ineens staan we stil. Er wordt wat heen en weer geroepen tussen Josephine en Modi en als ik vraag wat er aan de hand is, hoor ik ‘lekke band!’. Het zal niet waar zijn: moet mij weer gebeuren

Tongue Out
in the middle of nowhere, geen huis, geen mens te bekennen. Ik ga op een boomstronk zitten en bekijk het tafereel van Josephine en Modi die druk staan te praten. Ik ben benieuwd hoe ze dit gaan oplossen. Ze lopen samen naar een paar vrouwen, die het pad af komen lopen en waarmee druk gepraat wordt. Ik kijk om me heen en zie verderop een aantal vrouwen de was doen. De was doen? Waar is water dan? En ineens zie ik een poel met water en dat niet alleen: prachtige blauwe waterlelies in kristalhelder water. Ineens besef ik dat het hier wel erg groen is, veel groen gras, bomen, planten, bloemen, een prachtige plek! Ik maak foto’s en ben eigenlijk wel blij dat we hier even gestrand zijn. Wat een paradijsje… hoewel dat paradijsje flink verstoord wordt door een enorm gillend kind, dat door zijn broertje op de rug wordt rondgedragen, zodat zijn moeder de was kan doen
Tongue Out

Modi vertrekt met de motor van Josephine naar ik weet niet waar om een pomp te halen. Als hij terugkomt, komt er ook vanuit het niets een man aanlopen en ze gaan samen aan de slag. Josephine vertelt me dat haar dit nog nooit is gebeurd. Ik vertel haar maar niet dat dit soort dingen aan mij kleeft … avontuur en onverwachte gebeurtenissen! Er loopt een kindje voorbij, dat we ook op school hebben gezien. Josephine vertelt dat dit meisje (samen met haar broertje) wordt opgevoed door haar oma, want haar vader is weg en haar moeder is overleden aan Aids; ondanks dat haar verboden was haar baby borstvoeding te geven, heeft ze dat toch gedaan, want ze wilde samen met haar kind sterven. Dat is duidelijk niet gebeurd: moeder overleed, het kind bleef leven maar is nu wel HIV-positief. We zullen straks haar oma bezoeken, maar vooralsnog ben ik wat overdonderd door dit verhaal…

Josephine en ik zitten op de boomstronk en praten over haar werk, haar passie, haar gedrevenheid, over haar wens om Kenia een betere toekomst te geven, over haar thuis, ver weg van hier, vlak bij Nairobi waar ook de vader van Obama is geboren. Zij is net als hij een Luo en ze is daar trots op. Ik hang aan haar lippen en geniet van haar openheid, haar felheid, haar eerlijkheid!

En dan is de motor weer klaar. De pomp wordt weer teruggebracht en we gaan naar de derde household, Ali Omar. Vader zit op een bankje en moeder hangt wat op de grond op een gevlochten mat met twee van haar jongens aan haar voeten, de andere twee zijn op school. Ook hier gaat het goed, hoewel ik het een kale bedoeling vind met veel zand en weinig groen, wijds en bloedheet zelfs onder de grote boom. Het huis is groot, en op de muren zijn zelfs afbeeldingen gemaakt met de klei (helaas heb ik geen foto van de vis die op de achterkant van het huis stond – ik zag ‘m te laat)! Als ik naar binnen loop, ben ik verrast als ik op ‘zolder’ boeken zie liggen! Boeken … ja, waarom verwacht ik die niet hier? Beetje vooringenomen, mevrouw Snoek ...

Innocent

Aan een soort ‘gang’ zijn diverse ruimten gebouwd links en rechts: een aparte ruimte voor de ouders (bed met net!), een ruimte voor de kinderen en een keuken. Buiten, wat verder weg van het huis in de brandende zon is weer een gat gegraven (nog zonder boomstammen erop) en ik vraag me af wat er gebeurt als het hard gaat regenen. Maar goed, het is in ieder geval beter dan altijd maar overal in de bosjes je behoefte doen. De twee jongetjes zijn vroeg thuis (waarna de andere twee naar school vertrekken - roulatiesysteem) en zitten wat te zitten met hun voetbal van bij elkaar geraapte plastic zakken met een elastiek erom heen. Net als overigens bij de andere households, ligt ook hier de waka waka lamp in de zon om op te laden!

We gaan weer verder, moeten wat tijd inhalen, en al slingerend en af en toe in greppels verdwijnend komen we bij Asha Alawi en haar echtgenoot, die hun kleindochter (met HIV) en kleinzoon opvoeden. Ze zijn niet thuis, want ze zitten op school. Deze mensen blijken ook de grootouders van Modi te zijn en het is een hartelijk welkom! Ik versta geen woord van wat er gezegd wordt, maar het is een feest om naar Asha te kijken. Wat een levendigheid, wat een mimiek, wat een plezier, wat een heerlijke lach. Het bezoek aan het net gegraven toilet is hilarisch. Ze doet alles voor, hoe het werkt, hurkt, schuift de boomstammen weg en giechelt zelf nog het hardst

Laughing
Haar man staat aan de andere kant en glimlacht. Ik geniet enorm.

Het gaat goed met deze mensen. Asha werkt kei- en keihard en zorgt heel erg goed voor haar kleinkinderen. Ze heeft kippen en geiten, doet af en toe goede zaken en zal waarschijnlijk ook medio 2016 zo zelfstandig zijn dat zij de hulp van KidsCare niet meer nodig heeft. Ik vind het fantastisch om te zien dat met hulp van KidsCare dit soort households binnen maximaal vijf jaren economisch onafhankelijk zijn en ik ben een klein beetje trots dat ik ook mijn steentje mag bijdragen hieraan. Asha geeft Josephine nog even een zak met casaves mee en dan gaan we verder.

Het laatste ‘adres’, Omar Shee. Een vader van vier kinderen, waarvan de twee jongetjes meteen aan komen rennen en ons een hand geven. De twee kleine hutjes staan op een schilderachtige plek, langs de weg met het rode zand en met uitzicht op een prachtige vallei, groen en heel wijds. Omar is een paar jaar geleden uit een hele hoge boom gevallen en heeft zijn rug geblesseerd. Hij loopt moeilijk, met een stok, en heeft altijd pijn. Zijn linker voet is gezwollen, hoewel (aldus Josephine) het al minder is dan de vorige keer. Hij zal nooit meer werken. Hij kletst de oren van Josephines hoofd en ik hoor haar continu ‘hummen’. Ze kijken elkaar nauwelijks aan. De moeder van de kinderen is wat aan het afwassen en kijkt heel stuurs; af en toe zingt ze maar het klinkt niet blij. Het blijkt dat zij enige tijd geleden is vertrokken maar nu dus duidelijk weer terug is. Haar familie eist nu weer geld van Omar, 6000 Kshs (zo’n €60) en dit is voor hem een vermogen. Hij weet niet hoe hij dat moet betalen. Hij verkoopt nu de kokosnoten om zijn schoonfamilie te betalen. Zijn vrouw maakt makuti en verkoopt deze ook, maar helaas brengt ze het geld niet thuis maar koopt er kleren van. Het is een wat hopeloze situatie, maar Josephine luistert en adviseert: de twee hutjes moeten groter worden gemaakt, want Omar slaapt nu in het ene hutje, zijn vrouw in de andere. Ik kom er niet goed achter waar de kinderen slapen. Zij gaan overigens nog wel naar school. Als we weggaan, krijg ik een mango van Omar. Ik moet slikken

Innocent
als ik bedenk, dat hij die toch beter zelf kan houden, maar uiteraard weiger ik ‘m niet. Asante sana!

Modi gebaart naar Josephine dat hij nog even langs zijn moeder wil (zijn ouders zijn gescheiden), zijn oma is daar ook en dan kunnen we meteen wat drinken. Ik ben ongelofelijk moe, maar dit ‘privé-bezoek’ is toch wel weer heel speciaal. Oma en moeder zitten op een mat voor het grote huis en roepen ‘Karibu’. Modi vertrekt meteen om kokosnoten te halen. Hij ‘pelt’ ze met een ijzeren spies en Josephine en ik krijgen er beiden drie mee naar huis. Van een aantal andere kokosnoten wordt de ‘schil’ een beetje afgesneden (met een griezelig groot mes), vervolgens wordt de top eraf gehakt en zo krijgen we alsnog ons vocht binnen. Het is voor mij een trip down memory lane omdat ik in mijn jeugd in Azië altijd veel kokoswater heb gedronken. Heerlijk vind ik het! Daarna wat kokos kauwen en ik zit helemaal ‘vol’.

Tussendoor kijk ik vooral naar de oma van Modi. Zij heeft wit/grijs haar en enorme gaten in haar oren (ik kom er niet achter of dat van de lepra is of doordat ze die zelf heeft gemaakt met oorringen/oorbellen). Ze heeft lelijke vlekken/bulten op haar armen en ik vraag aan Josephine of zij misschien malaria heeft. Nee, is het antwoord, nu niet meer, maar ze is wel heel ziek geweest

Cry
en de bulten zijn inderdaad een gevolg van malaria. Oudere mensen hebben vaak andere (extra) symptomen dan de jongere mensen met malaria. De vlekken en bulten zullen verdwijnen, maar kunnen direct weer ontstaan als ze weer malaria krijgt.

Ondertussen vertelt de moeder van Modi me hele verhalen en ik knik en glimlach, zij en oma spreken geen van beiden een woord Engels.

Bij ons vertrek krijgen we allemaal nog een paar kokosnoten mee (voor het kokoswater) en dan kunnen we de thuisreis aanvaarden. Het is een grote zandbak waar we af en toe doorheen moeten, maar inmiddels weet ik dat Modi een goede chauffeur is. Als we op de (geasfalteerde) weg zijn, maken ze beiden tempo. Ik probeer over de schouder van Modi te kijken hoe hard hij rijdt, maar ach… natuurlijk doet de snelheidsmeter (en ook de benzinemeter) het niet. Ik glimlach … TIA!

Smile

Ik word wakker met een glimlach om mijn mond. Oh ja, ik lag op mijn strandbedje te genieten van mijn vrije dag. Ik besef dat ik vrijdag enorm heb genoten van mijn trip naar de fields, en zojuist heb ik genoten van de herhaling in mijn droom. Wat hoop ik dat KidsCare nog lang dit mooie werk mag doen, maar ook droom ik van de dag dat deze hulp gewoon niet meer nodig zal zijn…

Met een dromerige groet uit prachtig Kenia,

Grada

Gewoon een nieuwe werkweek ...

Vijf dagen geleden, toen de inbox van de mail van Gloria vastliep, bleek er ook een ‘booking’ in te zitten. Bookings … ja, die zijn toch wel heel bijzonder. KidsCare heeft namelijk vier verschillende ruimten, die kunnen worden verhuurd aan externe partijen. Een meetingroom voor 20 pax en eentje voor 30 pax, de conferenceroom voor meer dan 30 pax en tot slot de boardroom voor 8 pax.

Stralend meldt Gloria dat een tevreden klant vanaf dinsdag 26 januari 2016 drie dagen een training wil houden hier op het KidsCare Centre. Ze mailt terug dat de ruimte vrij is en men welkom is. Er gaan nog wat mailtjes heen en weer (hoeveel kost deze ruimte, hoeveel een andere, we maken een prijslijst die in de laatste mail in PDF wordt meegestuurd) en dan is het weekend…

Maandag begint de dag al vroeg: de schilders zijn er om alles weer netjes in de verf te zetten. Let bij de foto’s vooral op de laarzen van de schilder: ze zijn hem te klein en dan knip je toch gewoon een gat in de achterkant?

Om 12 uur begrijp ik dat er nog geen bevestiging is waarmee de booking van vorige week definitief wordt. Ik word er zelf wat zenuwachtig van als ik bedenk wat er allemaal nog gedaan en georganiseerd moet worden als er morgen ineens 34 mensen op de stoep staan. Maar van enige nervositeit merk ik bij de betrokkenen helemaal niets. Niet bij Gloria, niet bij Fridah, eigenlijk gewoon bij niemand. Om 14 uur belt Gloria op mijn aandringen toch maar even op en komt het (voor mij) verlossende woord: natuurlijk gaat het door! Gloria kijkt me aan met een blik van ‘zie je nou wel? Maak je toch niet zo druk!’

Embarassed

De medewerkers van Facility gaan, na deze bevestiging, aan de slag met het inrichten van de ruimte. Wat er verder achter de schermen gebeurt… ik heb geen idee. Maar ik krijg visioenen van al dat eten voor 34 man, water, koffie, thee, snacks … Gloria meldt dat ze de volgende ochtend vroeg hier op het centre zal zijn omdat er een lijst van attendance moet worden bijgehouden. Ok… duidelijk!

’s Avonds zitten we samen aan tafel, mama Fridah en ik. We kletsen over het weekend, het feit dat ze al mijn posts on Facebook liked (ook mijn blogs … hahahaha!), we zingen samen met Adisha kerstliedjes (die staan op de telefoon van Fridah en ze is er helemaal verslaafd aan) en ik drink mijn ‘eind-van-de-dag-biertje’ met mijn vermoeide voeten op een stoel.

Ik vraag of ze het gaat redden de komende drie dagen. Ze straalt!!! ‘You know Grada, this is money! Money for the children!’ Ik krijg een brok in mijn keel, slik mijn tranen weg en lach met haar mee! Alles voor de kinderen … ik ben op slag niet moe meer!

Ondanks alle drukte gaan Emmanuel, Fridah en ik na het eten nog even aan de slag met de computer. Ik heb in het weekend een nieuw format voor de weekly reports gemaakt, omdat ik de oude veel te ingewikkeld vond en het wordt weer een leuke les over het verplaatsen van tekst, knippen, plakken, kopiëren etc. Adisha is ook aanwezig, tekent poppetjes op mijn been en wil aandacht; als ze dat niet of in ieder geval naar haar mening onvoldoende krijgt, plast ze lekker stout in haar broek (terwijl ze toch echt wel zindelijk is en normaal even snel in de tuin knielt en haar behoefte doet

Surprised
). We lachen er maar om en negeren het verder!

De volgende morgen ben ik, dankzij een onverlaat die keihard toeterend langs mijn raam racet, vroeg wakker. Raar… ik hoor verder helemaal geen activiteiten. Ik sta wat vroeger op dan anders, en zie even later Fridah rustig aan de slag in de keuken, ze bakt mijn bananenpannenkoek. Geen drukte? Geen stress? Ik ben verbaasd. ‘Goodmorning mama, everything is under control!’ Ik geniet van haar kalmte, ik laaf me eraan. Het is zo heerlijk om in zo’n omgeving te werken en ik kan daar zoveel van leren!

Als even later blijkt dat de generator niet gestart kan worden omdat de battery het niet doet, wordt er een hoop op het hoofdgekrabt. Uiteindelijk wordt de battery van een motorbike gebruikt om het kreng op te starten en wordt het later wat definitiever opgelost (kopen gedestilleerd water: hé, was dat nou alles?). De gasten hebben niets gemerkt; zij krijgen een warm welkom, worden ingeschreven (gewoon, handgeschreven op een blaadje in plaats van op een mooi geprinte presentielijst), krijgen hun koffie, thee, water…

We hebben overigens niet veel last van de gasten die in de meetingroom de training volgen; soms schalt hun stem over de binnenplaats en vraag ik verbaasd aan Gloria wat er aan de hand is. Hebben ze ruzie? Maar nee, ‘this is the way they talk….’

Wink

We helpen wat met het uitdelen van de lunch (pilau met vlees) en gaan verder met ons werk. Later die dag proberen we Windows 8 te installeren op de computer van Gloria… ik verwijs hier graag naar mijn vorige blog: ik maak daar een opmerking over het ronddraaiende wieltje, waarvan ik het bestaan bijna vergeten was. Well, ik ben weer helemaal terug, hoor, trip down memory lane!

Even een tussendoortje. De stekkerdozen in Kenia zijn driepolig en het zou dus niet meer dan normaal moeten zijn dat alle stekkers in Kenia ook drie pootjes hebben. Niets is minder waar: niet alleen mijn Europese stekkers zijn allemaal tweepolig, ook Keniaanse opladers etc. hebben heel vaak maar twee pootjes. Maar Afrika zou Afrika niet zijn als er geen truc zou zijn om die tweepolige stekkers toch in de dozen te krijgen. Well, je neemt een potlood, een pen, een brillenpootje of iets dergelijks, steekt die in het derde gat, duwt de zekering naar beneden en plugt je tweepolige stekker erbij. Vervolgens haal je potlood, pen of brillenpootje uit het derde gat en je oplader (of computer or what else) is aangesloten. Het kàn zijn

Innocent
dat de stekker niet hélemáál kan worden ingeplugd, maar ach, een kniesoor die daarop let.

Vorig jaar in Malawi was dit ook zo en ik heb toen speciaal een klein houtje gesneden uit een tak om deze truc uit te voeren (zodat ik niet elke keer de bril van Jan Willem moest lenen) en ik heb ‘m natuurlijk bij me! Een mens moet tenslotte wel weten wat je absoluut niet mag vergeten als je naar Afrika gaat ...

En dan breekt de woensdag aan, opnieuw Therapy Day. Omdat de therapieruimte net om de hoek van het kantoor is en er niet minder gepijnigd wordt dan vorige keer, gaat ook dit keer het huilen, schreeuwen van de kinderen me door merg en been. Het lijkt wel of het me nog meer doet nu ik de kindertjes (bijna) allemaal ‘ken’. Ik breng wat tijd met ze door, probeer in de grote wachtruimte even met de moeders te praten, kietel die prachtige kleine kereltjes en probeer ze aan het lachen te maken. Ze vinden me wel interessant, vooral de wat grotere kinderen, die het prachtig vinden om de foto te zien die ik zojuist van hen heb gemaakt. De moeders zijn ook wat minder bescheiden dan vorige keer … Ik communiceer soms via Gloria, soms spreken ze ook wat Engels en ik geniet van hun openheid. Omdat Derrick heel vroeg is begonnen met de behandelingen kan hij tegen lunchtijd alles al afronden; ik heb zo’n respect voor die man, want ik weet dat hij kapot is na zo’n ochtend!

Fridah heeft weer voor een weeshuis gekookt: een enorme bak met pap voor de kindertjes, en ‘Ugali’ met een soort stoofvlees en ‘soup’ (saus) voor de gasten en ook voor Derrick, Edward, Gloria en mijzelf. Het is voor het eerst dat ik the cooking van Fridah niet lekker vind: de Ugali (of Nsima, net zoals in Malawi) is een van maismeel gemaakte bal (zie vooral de foto en het is ècht een enorme hoeveelheid!), die naar … uh… cement smaakt. Helaas vind ik het vlees ook niet echt smakelijk; ik eet twee hele kleine stukjes ugali en slobber wat van het sausje, de rest zet ik stiekem terug in de keuken. Ik besluit vandaag te leven van mijn dagelijkse hoeveelheid mango’s en bananen ;-)

Ik heb op donderdag de afspraak gemaakt om naar Ukunda te gaan. En hoewel ik nauwelijks geslapen heb van de hitte en de opspelende parasiet die al zo’n paar jaar in mijn lijf leeft, sta ik om 06.15 uur naast mijn bed. Fridah heeft een heerlijke omelet gemaakt met zoveel pepertjes, dat ik mijn parasiet sterkte wens

Sealed

Ukunda ligt ongeveer een uur van Mshiu af en het is de dichtstbijzijnde plaats waar je geld kunt pinnen (de andere kant op is dat Lunga Lunga, maar de weg daarnaar toe is zo ongelofelijk slecht …). Ik pak om 07.00 uur de matatu en heb binnen no time twee kindertjes op schoot. Dat is overigens heel normaal!

Ik zie onderweg veel verbrand land en begrijp dat de boeren dit zelf doen: dan hoeven ze het niet om te spitten.

Naast dat ik in Ukunda geld ga halen voor mezelf, ga ik inkopen doen voor de inmiddels twee geopende en de vier binnenkort nog te openen outreach offices: vloermoppen met emmers, prullenbakken, 20 liter jerrycans, 5 liter detergent (opappos: te gebruiken voor alles, de was, de afwas, de tafels, de vloer etc.), schoonmaak doekjes en een plastic jag (waterkan met deksel). En let op: dat alles dus maal zes! Plus nog drie bezems en drie vloermoppen met emmers voor Fridah. Ik heb van te voren bedacht (ja, hoe is het mogelijk

Smile
) dat ik dat niet allemaal met de matatu mee terug kan nemen, dus heb ik Alunda (de vaste chauffeur) gevraagd om mij op te pikken bij de Nakumat (de grote supermarkt). Ik zit net aan een verdiende kop (echte) koffie (in Kenia is oploskoffie de standaard) als hij komt aanrijden met zijn enorme 4WD. Hij drinkt een kopje koffie mee en we vertrekken richting een tweedehands ‘winkel’ waar ik een bureaustoel kan kopen voor Gloria (met dank aan de sponsoren Nancy en Wiebe). We moeten lang wachten, want de shop owner ‘is er nog niet, maar onderweg’. Na anderhalf uur vraag ik me af of die man uit Zuid Afrika moet komen of zo, maar uiteindelijk duikt hij toch op. Hij opent een soort ‘garage’ en ik lig helemaal in een deuk … zie de foto’s want het is niet te beschrijven.

Er zijn heel veel bureaustoelen en ik kies uiteindelijk uit de 25 rode en 2 blauwe stoelen een blauwe, die alleen erg stoffig is. Er komt iemand aanrennen die ‘m meeneemt (ik neem aan om ‘m schoon te maken) en ik start de onderhandelingen. Well… het is een harde strijd en ik citeer hem hier kort ‘You are killing me, mama, I have kids and a wife and you are killing me!’ Ik blijf keihard, haal alles uit de kast en geef aan dat ik het geld ook best aan KidsCare wil geven in plaats van aan hem… en uiteindelijk (natuurlijk) win ik

Laughing

En dan komt die jongen weer aanlopen, met de stoel. Ziet er schoon uit … maar wel zeiknat. Hij is gewoon met de hogedrukspuit schoongespoten en we krijgen hem druipend van het water stralend overhandigd. Ik kom niet meer bij … Alunda is minder blij: dat drijfnatte ding moet toch mee in zijn auto en we hebben geen plastic bij ons om zijn banken te beschermen. Well… ik prop het ding op de achterbank, bovenop de detergent, mops en 20 liter jerrycans en we vertrekken.

Nog even langs een winkeltje waar we de ingrediënten halen voor ‘soapmaking’. De Social Workers willen graag weten hoe vloeibare zeep gemaakt wordt, zodat zij dit hun households vervolgens weer kunnen leren. Die kunnen daarmee weer een klein beetje inkomen genereren en weer een klein beetje economisch onafhankelijk worden.

En dan zijn we klaar. Inmiddels is het gaan regenen … nou ja, het is op zijn Nederlands gaan gieten. Toch rijden we met de ramen open (het is tenslotte toch nog steeds 29 graden). We worden wat nat door naar binnen waaiende regen, maar dat maakt trouwens niet uit… het dak lekt (nou ja... het stroomt gewoon uit alle kieren en gaten de auto in) zodat het geen verschil maakt, raam open of raam dicht. Als ik zeg dat het wel NL weer lijkt, wil Alunda alles weten over het weer in NL: moeten we ’s morgens de deur losbikken als het vriest? Valt er ijs uit de lucht? Wat is sneeuw? En hoe ga je dan naar buiten? Wat trek je aan? Ik probeer het allemaal zo helder mogelijk uit te leggen, maar hij ligt af en toe helemaal in een deuk … ja, we zijn een komisch landje!

Vrijdag ga ik eindelijk een dagje mee de fields in samen met Josephine, de Social Worker, en Mohammed (Modi) die af en toe meegaat omdat de paden zo enorm zanderig zijn en het niet eenvoudig is om hier met de piki piki (motorbike) te rijden; hij gaat dus mee om Josephine indien nodig te helpen. Het is een indrukwekkende dag, van 09.00 tot 16.30 uur, waarvan ik doodmoe terugkom. Maar ik zal hier later nog eens over bloggen.

Als ik naar de keuken loop, blijkt mama Fridah in haar buitenkeukentje te zitten. Ze kookt Ugali. Ok, ik ben blij dat het bijna weekend is en ik dat niet hoef te eten

Yell
Hoewel… ze weet wel dat ik het niet lekker vind en zou waarschijnlijk wel wat anders voor mij hebben gemaakt…

Wat gaat zo’n week vlug. Morgen zullen de laatste dingetjes gedaan worden, en dan stap ik weer in de matatu om naar Mbuyu Beach te gaan. Ik laat de office dan weer voor even achter en laat me door Isabelle en Werner verwennen met zicht op zee.

Een fijn weekend gewenst voor iedereen!

Cool

Grada

Vertraagd ...

Het snelle leven in Nederland heb ik al weer een paar weken achter me gelaten. De ‘kan-ik-vandaag-nog-antwoord-krijgen’ en ‘ik-verwacht-je-verslag-graag-gisteren’ zijn eventjes niet aan de orde. Kenia is warm, nou ja ‘ndjoto’ (heet in Kiswahili) en dan kun je helemaal niet rennen en vliegen. Maar ook andere aspecten maken dat het onmogelijk is om (like in NL) alles snel-snel te doen. Laat hier heel duidelijk zijn dat ik daar blij mee ben, het is goed voor mij om gedwongen rustig (‘pole pole’) aan te doen; ik heb het nodig om op zijn minst één keer per jaar de ‘rat-race’ te ontvluchten en te beseffen dat de wereld niet vergaat als iets niet ‘meteen-direct-acuut-liefst-gisteren’ klaar is…

Maar… ik moet er natuurlijk ook wel aan wennen.

’s Morgens opstaan duurt bijvoorbeeld wel een poosje. Niet dat je heel lang onder die heerlijke koude douche kunt blijven staan (nee! denk eraan dat water schaars is in Afrika!), maar als je alles te snel wilt (afdrogen, aankleden), plakken je kleren meteen weer aan je net fris gedouchte lijf. Dus slenter ik op mijn gemak naar de douche, vang elke druppel water op die naar beneden komt, laat het straaltje heerlijk op mijn hoofd kletteren en sla daarna mijn Keniaanse omslagdoek om. Vervolgens laat ik me lekker, in een stoel voor mijn kamer, in het net opgestoken windje opdrogen. De meegesmokkelde druppels water uit mijn haar die langs mijn rug lopen, verlengen het koele, frisse gevoel. Tijd om even te kijken naar mijn mail, Whatsapp en Facebook.

Maar er komt weer een moment dat ik toch in de kleren moet: katoenen broek, tshirtje, meer is het niet. En dat is het moment dat je denkt: ‘mmm, een frisse douche zou welkom zijn’

Tongue Out

De opdracht die ik hier bij KidsCare wil volbrengen, is het professionaliseren van onder andere het secretariaat. Gloria, de secretary, werkt op een mooie laptop, maar helaas moet zij altijd aangesloten zijn op stroom. Op het moment dat de stroom uitvalt, valt haar computer ook uit. De batterij is dood. Op advies van de (NL) IT-specialist (Peter van Beek… jaja, zoon van Arda en Johan van Beek) zal ik een truc uithalen en de batterij 24 uur in het vriesvak leggen. Je begrijpt misschien dat ik in eerste instantie dacht dat ik in de maling werd genomen (zeker omdat ik Peter niet persoonlijk ken), maar op aanraden van Johan doe ik het toch maar. Helaas, de truc werkt niet. Of dat aan het vriesvak ligt (ik heb toch een ander idee van de temperatuur in een vriesvak dan ik hier aantref) of aan het daadwerkelijke overlijden van de batterij, weet ik niet. Maar we zullen moeten kijken of er een andere oplossing mogelijk is.

Vooralsnog is het behoorlijk vervelend als je computer voor je snufferd uitvalt terwijl je net een ingewikkelde excelsheet aan het maken bent. Maar na een paar keer ben ik ook daar weer aan gewend en leunen we vervolgens achterover met een bakkie koffie of de zoveelste fles water van die dag en wachten op de herstart van de generator.

Er is ook een ingewikkeld systeem nodig om iets geprint te krijgen. De reden? Er mist een zwarte cartridge… Navraag leert dat de vorig jaar aangeschafte zwarte cartridge voor de (overigens prachtige) printer binnen no time op was. Het management heeft toen besloten dat er maar even niet geprint mocht worden. Alles in softcopy in de cloud, een prachtig streven!

Maar dat kan natuurlijk niet altijd. Er is soms gewoon een hardcopy nodig. En dan gaat er een ingenieus maar oh zo ingewikkeld en tijdrovend traject van start. De medewerker komt met zijn laptop naar Gloria, die zet de tekst, de tabellen etc. van het document in de kleur die nog wel beschikbaar is in de printer (meestal blauw), de USB-kabel wordt in de computer gestopt en de printer wordt gestart. De blauwe kopie komt eruit … En dan wordt alles (tekst, tabellen etc.) weer omgezet in zwart.

Een leuke discussie c.q. een kleine miscommunicatie wil ik hier toch even vermelden. Ik zie op Gloria’s desk een twintigtal belangrijke brieven, ondertekend door de directeur van KidsCare, liggen. Het is een brief die aan een aantal overheden (County en Government) moet worden verstuurd. Uiteraard is de brief in blauw

Innocent
maar ik merk op dat er geen logo op staat van KidsCare (geel/oranje/zwart). Ik maak er een opmerking over, maar Gloria kijkt me glazig aan. Ik vertel dat het belangrijk is dat het logo op alle formele brieven staat … Ze luistert braaf naar me en als ik klaar ben, zegt ze kalm: ‘maar we hebben geen zwarte cartridge’. Oh ja… TIA… this is Africa!

De cloud. Ja, er wordt binnen KidsCare gewerkt met de cloud. Heel modern, het is zelfs een ‘eigen’ cloud. Ik begrijp dat er ook in Kenia wel een gemeenschappelijk cloud is (Office of een of ander Keniaans systeem like Dropbox) maar omdat iedereen daarmee werkt, is het traag en misschien ook niet zo safe.

The Social Work Department werkt al langer in de cloud, het management daarentegen nauwelijks. Alles gaat per mail. Ik mag van de board in NL ook voor het MT een cloud gaan inrichten en we gaan snel aan de slag. Voor Gloria regel ik via Peter toegang tot de KidsCare-cloud. Maar dan begint het …

Eerste keer inloggen (kwartiertje), stroomuitval (let op: Glorias computer valt dan ook uit) (kwartiertje), opstarten (5 minuten), nogmaals inloggen (kwartiertje), inlog mislukt, nogmaals inloggen (20 minuten), inlog mislukt, nogmaals inloggen (30 minuten), inlog mislukt, computer opnieuw opstarten (5 minuten), inloggen (10 minuten), inlog mislukt, nogmaals inloggen (kwartiertje), ingelogd. We schrikken er allebei van. En dan doorklikken naar de mappen om het reeds opgezette systeem te leren kennen. Eerste map (10 minuten), terug (6 minuten), tweede map, stroomuitval (5 minuten), computer weer opstarten (5 minuten), inloggen …

We zijn bijna de hele middag bezig om de cloud te leren kennen en staren tussendoor naar het ronddraaiende wieltje, waarvan ik het bestaan vergeten was…

Twee MT-leden, Fridah (Housekeeping) en Emmanuel (Farm) zijn vorig jaar gestart met computerles (met dank aan Daphne en Iris, de volunteers die vorig jaar hier in KidsCare waren). Het is de bedoeling dat ik hiermee door ga. We hebben afgesproken op zaterdagochtend van 9 tot 11 uur. We zijn allemaal rond die tijd (hahahaha!) aanwezig, allemaal met de laptop. Ik inventariseer wat ze al kunnen, of ze hebben geoefend en ik ben blij verrast. Ondanks hun drukke werkdagen heeft met name Emmanuel geoefend met Word, waarin hij ook nog de functie ‘drawing’ heeft gebruikt. Onvoorstelbaar wat hij heeft getekend met deze tool: allerlei bouwwerken voor de kippenfarm, hokken, leghokken, hokjes voor de kuikens etc. Ik ben onder de indruk!

Op het moment dat ook Fridah zich bij ons voegt, vragen ze of ik ze wil leren werken met internet. De laptop van Fridah werkt (naar Keniaanse begrippen) naar behoren, die van Emmanuel is na twee uur nog niet van plan het scherm van Google te laten zien. Ik heb het overigens na 20 minuten al opgegeven om daarop te wachten en besluit na het weekend naar Edward (head of Social Work department en de laptop-/IT-deskundige hier ter plekke) te gaan en om hulp te vragen.

Ondertussen klungelen we met één laptop, en doen leuke dingen. Emmanuel zoekt op Google naar een beschrijving hoe het traject voor uien planten verloopt. Dat laatste duurt te lang en we stappen dan over naar Fridah die een recept voor hutspot vindt (dat vindt ze leuk om te maken voor ons NL, zo lief). Ze zoeken van alles op, zelfs mij: ze kunnen niet geloven dat als ze mijn naam intikken, zomaar mijn website tevoorschijn komt!

Razend enthousiast zijn ze, maar het blijft voor deze keihard werkende mensen een enorme uitdaging om de tijd te vinden om te oefenen.

Ook in Kenia wordt gewerkt met een soort vacature-website. Op dit moment zoekt KidsCare nieuwe Social Workers en de sollicitaties worden per email ontvangen. Behalve als het mis gaat. Op een ochtend is het duidelijk dat de inbox blokkeert. We proberen alles, Gloria en ik, maar hij blijft maar hangen. Hulplijn Peter in NL wordt ingeschakeld en die neemt het even over: er blijken 2 sollicitaties in de mail te zitten die elk 25 MB groot zijn. Tja, dat gaat hier niet lukken met de traagheid van het systeem (hoewel Peter ons meldt dat Google werkt aan een snel internet voor Afrika; we kunnen daar op dit moment niet op wachten

Wink
). Peter haalt de twee mails uit het systeem, en we kunnen vervolgens de andere mails binnenhalen; let wel, dat duurt wel een uurtje of wat. Daarna stuurt Peter de eerste grote mail, en daarna de tweede. Zijn we begonnen om 14.30 uur, ik mag om 19.30 uur de computer afsluiten. In totaal zijn er in 5 uur tijd 24 mails binnengehaald.

Om mijn opdracht tot een succes te maken, plan ik in de eerste week dat ik hier ben oriënterende interviews met de directeuren Ali en George, met Edward, de head of the Social Workers en de therapeut Derrick. Het is de bedoeling dat we inventariseren welke taken Gloria kan overnemen zodat zij zich zelf in het vervolg (meer) kunnen focussen op hun core business. Terwijl de eerste afspraak met Edward wordt gemaakt en ook daadwerkelijk plaatsvindt (vind ik aan het begin van mijn Keniaanse tijd nog héél normaal), verloopt het vervolg rommelig en ongestructureerd. Een afspraak met George (‘kom morgenochtend maar gewoon even langs’) kan helemaal niet doorgaan … hij is er gewoon niet

Surprised
Een vastgelegde afspraak met Ali kan ook al niet doorgaan omdat hij de hele dag in overleg blijkt te zitten.

En toch …

Ineens besef ik dat ik hier gewoon tussendoor laveer, mijn ding doe, de mensen op een ander moment spreek zonder dat dat nou allemaal precies in mijn agenda moet staan. Ik lach, haal mijn schouders op en realiseer me dat ik binnen no time al weer helemaal en volledig ben ingeburgerd in mijn andere wereld … ik ben voor eventjes weer heerlijk ‘Afrikaans vertraagd …’

Cool

Met een kalme groet

Grada

Weekend ...

Ik word vroeg wakker van een wat schurend geluid bij mijn deur. En ondanks dat de kier eronder behoorlijk is, lijkt mijn bezoeker niet binnen te kunnen komen...Hoeft van mij ook niet. Ik zet m lekker in t tuintje. Daaaag miljoenpoot met je harde schild en je grappige pootjes!’

Dit berichtje van mij op Facebook (06.30 uur Keniaanse tijd, 04.30 uur NL tijd

Tongue Out
) brengt nogal wat teweeg. Eng, gevaarlijk, giftig, mooi, grappig … en of ik mijn handen wel gewassen heb. Mwah, iedereen die mij goed kent, weet dat ik er eentje ben van ‘zand schuurt de maag’ en ‘opbouwen die weerstand’. Ik kan dan ook niet anders dan om een uur of 12 (NL tijd) constateren dat ik dat vergeten ben en dat ik nog steeds leef!
Innocent

Het is zaterdag. Wow… bijna weekend!

Ik moet nog een paar dingetjes doen en zonder erbij na te denken app ik rond 9.00 uur (Keniaanse tijd) NL met het verzoek om assistentie bij een computerissue. Het antwoord is duidelijk (sorry Peter): ‘We hebben hier een 36-urige werkweek, hoor …’ gelukkig met een grote grijnzende smiley

Laughing
erbij.

Een en ander wordt in gang gezet en ik verdwijn naar de computerles, die ik zal geven aan Fridah (manager Facility and Farm) en Emmanuel (farm expert). Vandaag gaan we het hebben over het invullen van een (door Gloria en mij gefabriceerd) format voor het weekly report van beide onderdelen van KidsCare. Het is niet eenvoudig om terug te gaan naar de allereerste beginselen: hoe maak je een folder, waar vind je straks die folder weer terug, waar staat de file, hoe verander je de naam van die file, wat gebeurt er als je ‘m per ongeluk delete, etc. etc. Het is voor beiden best een beetje griezelig, maar door het maken van (opzettelijke) fouten, worden ze steeds vrijer in het werken met de computer.

Met Adisha, die als heerlijke stoorzender aanwezig is, Fridah die af en toe voor ‘urgent matters’ wordt weggeroepen, met Emmanuel die uit zijn concentratie wordt getrokken door de directeur (want die koe…), wordt het een rommelige maar gezellige les. We spreken af om de komende weken, zolang ik nog in Kenia ben, elke avond na het eten even bij elkaar te komen om de gebeurtenissen van die dag in het weekly report op te nemen!

En dan is het 12.00 uur. Ik eet snel mijn lunch en gooi een onderbroek, t-shirt en mijn badpak in mijn rugzak, waar een zak met opladers, mijn mobiele wifi-apparaatje (geen Wifi in Mbuyu), iPod, oortjes, telefoon, camera, e-reader en toilettas al inzitten, verwissel mijn bril voor mijn zonnebril, grijp mijn flesjes water, geef Fridah een dikke kus en vertrek.

Als ik het hek uitloop, staat er nog een aantal Social Workers te kletsen en te lachen onder de boom. Een van hen roept ‘Quickly mama’, (elke vrouw is in Kenia een mama

Kiss
), ‘the matatu is coming’. Ik heb dus super geluk dat er net een matatu (minibusje) aankomt, want het kan ook zomaar zijn dat je een half uur in de brandende zon moet wachten.

Als het busje stopt, lachen de Social Workers hard: ‘Ha! Where are you going to sit, mama?’ Ik zeg dat ik er heus wel bij kan, hoor, zo dik ben ik nou ook weer niet

Surprised
! Hoewel in het busje al 17 mensen zitten (exclusief chauffeur en degene die het geld int en in de schuifdeur ‘hangt’), wordt er nadrukkelijk gewezen: ‘Squeeze in!’ Een man gaat bij iemand op schoot zitten op de achterste rij, ik mag op zijn plekje zitten. Overigens is dat niet echt een goed besluit want die man blijkt 5 minuten later op zijn bestemming te zijn en dus moet ik er me er weer eventjes uitwurmen.

Even later weigeren twee mannen in te stappen: ze zien er (om 13.00 uur, bloedheet) uit om door een ringetje te halen, een netjes gestreken wit/lichtblauw overhemd, een nette broek met een (niet zo messcherpe) vouw, keurige schoenen en beiden hebben een aktetas. Ze zien eruit of ze zich net hebben omgekleed in een airco gekoelde ruimte. Ik snap daar niets van, maar begrijp wel dat ze niet naast zo’n smoezelige mzungu (blanke) willen zitten. Nog eens 5 minuten later komt er een vrouw bij met vier levende kippen, die ze aan de poten in één hand houdt. Ze krijgt een plekje op de bank voor mij.

We razen verder. Het lijkt of we met 180 km/u op alleen de velgen doorjakkeren over een weg met meer gaten en kuilen dan je je kunt voorstellen. Busjes worden ingehaald, grote vrachtwagens ook, soms duiken we de berm in waarbij je je afvraagt ‘vallen we om of niet?’. Op het moment dat we een kleine krater induiken, knallen de meeste mensen (ik ook) met hun kop tegen het dak; de vrouw met de kippen heeft ze van schrik losgelaten en ze fladderen kakelend door de hele bus. Ik moet meteen denken aan Janneke, de lieve landencoördinator in Malawi (waar ik vorig jaar januari zo’n bijzondere tijd heb gehad), die zo bang is voor kippen: wat zou ze doen in dit geval? Ik schiet in de lach bij het idee en mijn medereizigers kijken me verbaasd aan: rare mzungu…

En dan ben ik in Msambweni. Ik pers me uit het busje, betaal contant en gepast (100 Ksh = €1) en ben blij dat ik deze dodenrit weer heb overleefd. Ik ben er echter nog niet, ik ben pas op het kruispunt en moet hier nog een piki piki (motorbike-taxi) zien te scoren die me voor 50 Ksh naar Mbuyu Beach brengt. Het punt is dat niet iedereen dit ‘resort’ kent of beter gezegd, misschien wel kent, maar de ingang niet weet te vinden. Als ik onderhandel over de prijs (ja, ik ben toch blank, dus ik zal wel superrijk zijn en meer kunnen betalen dan de gebruikelijke 50 Ksh) en nadrukkelijk vraag of ze weten waar ik naar toe wil, roepen ze allemaal ‘ja’ en ’50 Ksh is enough’.

Ik klim achterop bij een van hen, zonder helm natuurlijk, en we rijden zigzaggend langs kuiltjes en kuilen in de weg uiteindelijk het zandpad op. Hij vraagt me de oren van het hoofd en het duurt niet lang voor de standaardvraag wordt gesteld: ‘Can you take me to Holland?’

Wink

Omdat ik hier al vaker ben geweest, weet ik eigenlijk wel dat hij verkeerd rijdt, maar ik laat het maar even zo. Ik zie de zee en weet dat ik ‘om de hoek’ langs het strand zo bij de ingang van Mbuyu ben. ‘Ik loop wel’ zeg ik en betaal de 50 Ksh.

Ik stap het strand op. Het is vloed. Ik loop door de branding en geniet. Heerlijk die geur van de zee, heerlijk dat geluid, het koele windje. Jamal, een beachboy die ik 3 jaar geleden leerde kennen (weet je nog Stijna?) en die ik vorige week opnieuw ontmoette, komt me tegemoet lopen met zijn koopwaar (vogelhuisjes gesneden uit kokosnoten): ‘Where have you been, I missed you for the last week!’ Ik glimlach, leuk zo’n begroeting! Hij neemt mijn rugzak over en loopt al kletsend met me mee naar Mbuyu. Daar zeg ik dat ik moe ben en vandaag even wil relaxen. Hij zegt dat hij het begrijpt en morgen zal terugkomen met nog meer vogelhuisjes. Ik vind echt alles best op dit moment.

Ik word warm welkom geheten door het personeel van Mbuyu. Ik mag in de kamer die ik vorige week ook had. Heerlijk! Wat een luxe!

Ik grijp mijn badpak, stroop (rol) de vochtige kleren van mijn lijf en probeer mijn badpak aan te trekken. Of ie goed zit, boeit me even niet en ik loop naar de zee. Ik neem een duik in het zoute water …

Weekend!!!!

Een zanderige groet

Grada

Vuurwerk ...

Bewolkt. Zwaar, drukkend en extreem warm. Heet mag ik wel zeggen. Het is, zo benadrukt iedereen hier, vreemd weer. Het is nooit zo warm in januari … Ik kijk naar mijn armen, waar kleine vochtblaasjes ontstaan door de hitte. De huid heeft gewoon geen tijd om het vocht door de poriën te laten gaan en duwt de dunne opperhuid omhoog. Het is me ook ineens weer duidelijk waarom een mens wenkbrauwen heeft… de druppels zweet worden daar tegengehouden, zodat ze niet in je ogen komen

Surprised
En tot slot haal je af en toe je tong over je bovenlip om je zweetsnor (dank je wel Anne voor de mooie uitdrukking!) onder controle te houden… Verder is het zaak om de straaltjes zweet die van onder je haar je rug aflopen en (na je tshirt volledig te hebben doorweekt) kriebelend je onderbroek in verdwijnen gewoon te negeren.

Dit alles houdt overigens niemand tegen om te werken, mij ook niet. Alleen het tempo wordt aan deze situatie aangepast. Hierover zal ik later nog eens schrijven …

Ineens valt het op: het is niet alleen maar bewolkt maar het is ook wat ‘mistig’ geworden. En er komt langzaam een brandgeur het gebouw (zonder ramen) binnen. Ik ga op zoek naar Fridah en vind haar ver achter op het land waar ze gieters vult met een straaltje water uit een tuinslang en die samen met haar keukenhulp naar het brandje brengt. Ik ben onder de indruk van de kalmte waarmee dit gepaard gaat. Hoewel … het is onmogelijk om je druk te maken, want het straaltje water uit de tuinslang wordt er echt niet ineens forser van. ‘We have it under control’ vertelt ze me.

Ik kijk om en zie aan de rand van het landgoed van KidsCare rook, veel rook. Fridah haalt haar schouders op. ‘The boys will keep an eye on it.’ En inderdaad staan daar Omari, Emmanuel en nog iemand van de farm te kijken naar het vuur, dat zich overigens naar mijn mening snel uitbreidt.

Grote zwarte kraai-achtige vogels zitten op de palen van hek bij de farm en krijsen, vliegen weer op en landen weer op het hek. Ik zie salamanders en van die grote duizendpoten met bosjes tegelijk rondschieten, sprinkhanen springen per ongeluk tegen je op en ik kan niet anders dan het gevoel hebben dat ze vluchten naar veiliger oorden, vluchten voor het vuur.

Als ik een uurtje later, gealarmeerd door asdeeltjes die uit de lucht vallen, nog een keer ga kijken, schrik ik pas echt. Was er eerder aan de rand van het landgoed alleen maar rook, nu zie ik diverse forse branden. In een verderop bij de buren gesitueerd ‘bosje’ met palmen knettert het en ik zie wat vlammen en veel, heel veel rook.

Sealed
Omari is met een palmblad bezig precies aan de rand van het landgoed stukjes droog gras (gecontroleerd) aan te steken, Emmanuel slaat het weer uit als het (bijna) is uitgebrand en bezig is over te slaan naar het eigen land. Fridah schept zand op brandjes en branden en in de buurt van ‘haar’ bos kaarsrechte casuarina’s (bomen voor de verkoop: duur van de groei ongeveer 5 jaar) om het te beschermen: kleine door het vuur bedreigde boompjes worden gebogen en van het vuur weggehouden.

Het is niet te geloven hoe snel het vuur zich verspreid, ik loop wat ongelukkig rond met mijn camera, mag niks doen van Fridah, roep af en toe naar Omari of Emmanuel om een nieuw brandje te melden. En dan slaat het vuur ineens toe bij een grote palm een paar meter van de casuarina’s af. Meters hoge vlammen vreten in een klein kwartiertje de boom op. We moeten snel weglopen, want de hitte is verzengend. Maar ook nu slaat het godzijdank niet over naar het terrein van KidsCare. Ik weet niet hoe dat mogelijk is, want de wind is toch echt onze kant op …

Terwijl grote bomen, het droge gras en enkele planten door het vuur worden opgevreten, leunen Emmanuel en Omari moe tegen het hek bij de koeien. Fridah en ik lopen langs de grens waar het vuur aan de ene kant heeft huisgehouden en de andere kant heeft gespaard. We praten over haar kalmte, of ze niet de directeuren moet waarschuwen, of er geen brandweer is in Kenia, etc. etc. Ze lacht en vertelt in haar prachtige Engels dat er wel een brandweer is, maar dat het uren zou duren voordat die hier zou zijn. ‘Nee’, zegt Fridah, ze zal de directeuren niet bellen. Wat kunnen die doen? Niets toch? Ja, denk ik, dat is ook weer waar.

Ze vertelt over eerdere branden, waaraan de houten huisjes van hele gezinnen ten prooi vielen. De brand die nu woedt, inmiddels ‘vertrokken’ naar de buren, zou ook wel eens hun hutjes kunnen bereiken en tja…

Ze lacht, Emmanuel en Omari lachen. Mijn hart krimpt een beetje, want het lijkt alsof het ze niks kan schelen. Ik vraag door en dan gaan de handen de lucht in: het is de wil van God hoe deze dingen gaan. Daar kan de mens toch echt niks aan veranderen… Tja, daar kan ik niet tegenop en ik glimlach ook.

Innocent

Hoewel ik het gevoel heb dat we absoluut nog niet weg kunnen en de boel absoluut nog in de gaten moeten houden, wandelen we op aangeven van Fridah met z’n vieren terug naar het centre. Ik moet even bijkomen en ga de kippenren in, waar gisteren net een heel stel nieuwe chicks is aangekomen; de haan is met een hoop bombarie bezig deze nieuwelingen de regels in deze voor hun nieuwe ren te leren. Poppy, de hond (die altijd met zijn staart tussen zijn benen loopt, je een beetje angstig aankijkt en pas na een poosje praten en aaien wat enthousiaster wordt), vlijt zich aan mijn pikzwarte voeten en likt één grote teen schoon. Hij kijkt op en legt zijn kop neer: de rest mag ik blijkbaar zelf doen

Tongue Out

Adisha, de kleindochter van Fridah, speelt in het zand buiten het hek. Ze ‘kookt’ een potje, doet er zand in, roert met een stokje en kletst tegelijkertijd de oren van je hoofd; ze doet duidelijk ‘nyanya’ (oma) na.

Fridah roept. Het eten is klaar. Ik ga zitten, krijg mijn barracuda, dit keer met chapati en een prei/tomaat/pepertjes prutje. Ik pak een wijntje uit de koelkast. Fridah komt bij me zitten en vertelt dat ook bij de school van Adisha een brand heeft gewoed. Nadat het gedoofd was, hebben de kinderen in de buurt van het verbrande landje gespeeld en Adisha heeft een wond aan haar been opgelopen van een nog gloeiend stuk hout (of iets dergelijks). Ze mag morgen een dagje niet naar school, iets wat ze verschrikkelijk zal vinden. We glimlachen allebei

Smile
, want we weten dat dit morgenochtend een woedende, schreeuwende, huilende Adisha oplevert: vuurwerk!

Een brandende groet van

Grada

Daaaaag ...

Dag Lisette, pittig, druk, met je grote hart op de juiste plek, altijd denkend aan ‘jouw’ Keniaanse kinderen, waarvoor je zo graag véél, heel veel wilt doen. Het is nooit genoeg, er kan altijd iets meer of iets beter. Met je liefde voor alle mensen om je heen, je hartelijke groet voor iedereen die je kent. Aan de andere kant kon je ook zo mopperen op de hitte (ndjoto!), over slecht slapen, maar vervolgens vlieg je met een onuitputtelijke energie de dag door. Met je vingertje, wijzend naar een bijeengekomen groep Kenianen: ‘Not only the mama’s … NO, also the papa’s!!!!’ (Het bewijs staat op de foto

Tongue Out
)

Dag Lisette, ik ben zo blij dat jij in mijn wereld bent binnengestapt …

Dag Gerard, met je heldere blik, met je passie, met je geduld, met af en toe je ongeduld. Met je enorme warmte voor je medewerkers, voor je KidsCare family. Voor je onmogelijke maar heerlijke Engels, waardoor ik af en toe in de war raak en waar achter elke zin ‘hè?’ staat. Je wordt door iedereen op handen gedragen, bent een mensenman, een trainer, iemand om van te leren. Een keiharde, zachte man, soms boos, soms met tranen van ontroering in je ogen, met je wil (nee, je eis!) KidsCare tot een succes te maken. Ondanks alles altijd een beetje op de achtergrond (merk ik bij het selecteren van de foto's

Embarassed
).

Dag Gerard, ik droom jouw droom een klein stukje met je mee …

Dag Arda, warm, zacht, prachtig mens! Onze namen lijken op elkaar en we werden dan ook regelmatig met elkaars naam geroepen

Smile
. Wat heb jij (samen met Johan) veel meegemaakt, en wat deel je dat met je omgeving. Je liet me toe in jouw wereld, vertelde verhalen met een openheid en warmte, waarvan ik blij en soms verdrietig werd. Met je crackertje in de ochtend en je rode wijntje ’s avonds. Tussen neus en lippen door vroeg je naar mijn leven, en zonder daar erg in te hebben, vertelde ik je veel. Je raakte mijn hart, liet me lachen, liet me schrikken en liet me huilen. En je gaf advies...

Dag Arda, je lieve adviezen draag ik als een cadeautje met me mee …

Dag Johan, man met de gouden handjes. ‘Bob de Bouwer’ noem ik je in mijn blogs, maar je bent meer. Veel meer. Je bent een man met een missie, niet alleen wat bouw en verbouw betreft. Omari is daar een levend voorbeeld van. Hij kwam vanochtend zelfverzekerd de office binnen, en ging aan de slag, met kwast en verf. Hij heeft van jou geleerd niet te stoppen, dóór te gaan, want ‘het moet af!’ Ik zal hem af en toe een kopje koffie/thee of een flesje water aanbieden (als hij in de buurt is).Ik heb je ook wel eens een ideetje aan de hand gedaan, gewoon aan de ontbijttafel en ik moest er wel om lachen dat je het dan gewoon uitvoerde (wat een vertrouwen

Cool
)

Dag Johan, wat heb ik veel geleerd van jou …

Ik ga jullie viertjes missen!

Met een lach en een traan,

Grada

En nog een bijzondere dag ...

Na een heerlijk weekend in Mbuyu Beach komt dan toch de maandagmorgen. Vroeg op, snel ontbijt, tasje inpakken en terug naar KidsCare Centre. Er is veel te doen vandaag. En dan heb ik het niet eens zozeer over de twee vergaderingen die ik moet bijwonen en analyseren. Nee, Lisette, Gerard, Johan en Arda gaan vandaag hun laatste dag invullen met de laatste werkzaamheden, omdat zij vannacht zullen terugkeren naar Nederland. Het wordt een bijzondere en emotionele dag!

Nadat we terug zijn op KidsCare Centre gaan we ieder ons weegs. Ik duik als de gesmeerde bliksem in de eerste meeting: de meeting met de Social Workers. Van 9 tot 10.45 uur beleef ik voor het eerst een meeting op Keniaanse wijze… Van 11 tot 13 uur schiet ik de volgende meeting in: een MT-vergadering. Ook dit is een openbaring voor me. Het verzoek van Gerard om kort mijn eerste indruk te formuleren over deze vergadering zet me enigszins voor het blok. Het is zo anders dan in NL, zo anders dan ik gewend ben, wie ben ik om daar een oordeel over te vellen? Maar goed, mijn opdracht hier is ook helder en dat maakt dat ik niet anders kan dan kritische kanttekeningen plaatsen. Gelukkig ben ik niet de enige, ook Gerard bevestigt een en ander met de nadrukkelijke toevoeging dat het niet alleen kritiek is, maar een kritische noot met respect voor hetgeen door deze mensen al is neergezet. We maken vervolgens enorme stappen door allerlei acties te formuleren om de MT-vergaderingen in de toekomst te structureren en efficiënter (en daarmee sneller) te laten verlopen. In de middag wordt er door iedereen (behalve ondergetekende) keihard gewerkt aan de laatste dingen die nog gedaan moeten worden voor vertrek. Ik zie bezwete gezichten, rommelige activiteiten, overleg op de gekste plaatsen, rennen en vliegen.

En dan is het tijd voor de afsluitende gezamenlijke bijeenkomst met alle medewerkers (toch zo’n 24 mensen) van KidsCare. De directeur begint met een algemene speech, dankt Gerard, Lisette, Johan en Arda voor hun werk en (gelukkig was ik voorbereid) vervolgens krijg ik het woord om te vertellen dat ik nog wat langer blijf en wat de bedoeling is van dat langere verblijf.

Daarna krijgt Johan de gelegenheid om zijn pupil, Omari, die de afgelopen 10 dagen door hem is opgeleid, te prijzen voor zijn inzet, zijn leergierigheid, zijn gedrevenheid. Want wat was hij soms moe na een dag keihard werken met Johan!

Omari krijgt een certificaat (gefabriceerd door Gloria en mij) overhandigd (‘you are KidsCares handy man now and you can be very very proud of yourself’). Dat is overigens niet alles: Omari krijgt van Johan ook een cadeau, een door Johan zelf gemaakte gereedschapskist. Het is zo mooi om te zien dat Omari trots is op zichzelf, dat hij blij is dat hij de korte leerperiode optimaal heeft gebruikt en zelfverzekerd de komende tijd aan het werk mag! En als hij in de problemen komt, dan mag ik hem helpen (ik ben tenslotte ook héél handig!). Lukt het mij niet, dan is daar altijd nog Whatsapp… Johan: maak je borst maar nat, we gaan je appen!

Ook Gerard en Lisette spreken hun medewerkers toe. Het is heel erg goed voelbaar en zichtbaar dat het hier niet gaat om zomaar een organisatie; nee, het gaat om een familie, de familie ‘KidsCare’, met elkaar samenwerkend voor de kinderen die hulp nodig hebben, een hechte community die zorgdraagt voor elkaar, die met elkaar de wereld een beetje beter maakt. Het maakt me zo enorm trots dat ik daarvan deel mag uitmaken, al is het maar voor een aantal weken. Hoewel … ik denk dat KidsCare in mijn hart is geland en er niet zo snel uit zal verdwijnen. Maar dat vind ik niet erg…

En als iedereen dan zijn zegje heeft gedaan, is het de bedoeling dat er een frisdrankje wordt geserveerd met iets lekkers. En terwijl ik stomverbaasd mijn camera op verzoek van Gerard aan Johan overhandig, komt een aantal medewerkers vanuit de keuken de meetingroom binnen: hun dansen en zingen wordt begeleid met het slaan op deksels en pannen en Fridah (manager Housekeeping) overhandigt mij een enorme taart: ‘Happy birthday Grada’. Tien keer slikken om mijn tranen binnen te houden, want wat een feest en wat een verrassing. Ik ben helemaal overbluft, en (ondanks dat ik niet van verjaardagen hou) voel ik me zooooo blij en (alsnog) zooooo jarig!

Met elkaar eten we taart en ik voel me ‘part of the family’. Ik voel me trots, ik voel me blij, ik voel me gewaardeerd, ik voel me … alles wat een mens zich maar kan wensen! Dit gevoel neem ik mee, anker ik in mijn leven…

’s Avonds regent het. Een wondertje in Kenia, want het regent nooit in januari. We genieten van het koele windje (nou ja… 32 graden), ik spetter wat rond in de plassen op straat (wàt 61, ik ben gewoon weer even 6!) en geniet. Fridah en haar kleindochter dansen in de regen en ik dans mee. We drinken een drankje onder het afdak, praten wat na over de dag, over de laatste 10 dagen. Want de anderen, Gerard en Lisette, Johan en Arda, zoals ik al zei, vertrekken vannacht weer met Alunda (de chauffeur) naar Mombasa om daar via Nairobi de kou van NL weer op te zoeken. Ik voel me zo’n bofkont dat ik nog wat langer mag blijven. Wat langer in deze warme omgeving, warm qua temperatuur maar ook warm qua menselijkheid, qua acceptatie, qua liefde, qua werken met je hart …

Ik hou van Afrika, ik hou van Kenia, ik hou van KidsCare.

Met een liefdevolle groet Grada

Verdoofd ...

De Social Workers van KidsCare doen hun werk voornamelijk in de dorpen, waar ze in samenwerking en samenspraak met een aantal KCV’s (Keniaanse KidsCare volunteers) en de chiefs (of dorpsoudste, of chairman) de geselecteerde zogenaamde huishoudens begeleiden. Tijdens hun dorpsbezoeken zien de Sociale Workers natuurlijk meer dan alleen deze huishoudens; en ze horen ook heel veel! En dan blijken er, net als overal ter wereld, ook in Kenia kinderen met een handicap…

Inmiddels zijn er in alle dorpen, waarmee KidsCare verbonden is, 42 gehandicapte kinderen gesignaleerd, waar in principe niets mee werd gedaan; geen fysiotherapie, geen massages of andere zaken waarmee deze kinderen in een wat betere conditie zouden kunnen komen.

Aan de ouder(s) van deze 42 kinderen is gevraagd of zij mee willen werken aan het speciaal voor deze kinderen opgezette programma ‘Action Plan CSA[1]’. Ze worden uitgenodigd om op de tweewekelijkse Therapy Day met hun kind naar KidsCare te komen, waar Derreck (fysiotherapeut in dienst van KidsCare) en Benjamin (een fysiotherapeut uit Mombasa – vanuit APDK[2] waar ik in 2013 ook was!) zich drie slagen in de rondte werken om op zo’n Therapie Day ongeveer 20 kinderen te behandelen.

Ook deze woensdag, 13 januari 2016, hoor ik al vroeg in de ochtend kindergeluiden. Het klinkt allemaal nog vriendelijk, de kinderen spelen, zijn vrolijk. De hele ‘conference room’ vult zich met voornamelijk moeders, die hun kind de pap voeren die Fridah (manager housekeeping) heeft klaargezet. De moeders krijgen water.

Als ik even ga kijken in de conference room, zie ik een indrukwekkend schouwspel. Aan de ene kant vrolijk, kleurig en gezellig. Maar aan de andere kant zó triest. En ondanks dat ik toch wel gewend ben om met gehandicapte kinderen om te gaan, is het op de een of andere manier toch anders om hier, in mijn andere wereld, ook te worden geconfronteerd hiermee. Want ik zie verlamde kindjes, kindertjes met een groeiachterstand, met een achterstand in hun motoriek, met epilepsie, met klompvoetjes, met spalkjes om de benen, starende kindertjes, dove kindjes, maar ook autistische kinderen, (zeer) zwakbegaafde kindertjes, een kindje met Down Syndroom, kindjes met… kindjes zonder … kindjes …

Ik voel me ontredderd en verdrietig en ik ben niet de enige. Ook Arda heeft het moeilijk, hoewel zij straalt als Bahati (7 jaar, hemiparese en sicle cel anemia) binnenkomt. Kon hij (bij Arda’s eerste bezoek aan KidsCare) vorig jaar nog niet eens zitten, nu zet hij zelfs een paar stappen en loopt in haar armen. Het is zo ontroerend en een bewijs dat de fysiotherapie resultaten oplevert.

Als ik een kijkje ga nemen in de therapieruimte, breekt mijn hart helemaal. Er is één onderzoeksbank, een grote oefenbal, een matrasje op de grond voor oefeningen en massages. De kinderen hebben tijdens de behandeling zo’n pijn, dat ze hartverscheurend huilen, schreeuwen. De ene moeder blijft er uiterlijk redelijk stoïcijns onder, de ander knielt naast het kind en streelt en sust het. Ik verschuil me achter mijn camera en schiet er maar wat op los, zonder te kijken, mezelf buitensluitend. 

Een paar keer die dag durf ik nog te gaan kijken, maar ik blijf liever buiten die ruimte. Daar worden de kindertjes die klaar zijn, weer aangekleed. Gewoon, midden op het stenen pad: schone luier, kapotte broekje en vuile shirtje of het prachtige roze, puur synthetische jurkje met scheuren weer aan. De mama’s laten hun kind vervolgens even daar liggen, gaan naar het toilet, drinken nog wat water. Daarna slingeren ze hun gehandicapte kind aan één armpje op de rug. Het blijft knap om te zien, hoewel ik denk dat in NL zo’n moeder zou worden aangeklaagd voor kindermishandeling!

KidsCare heeft ervoor gekozen om deze moeders de reiskosten naar het centrum te vergoeden. Hiermee wordt voorkomen dat ze niet op hun afspraak komen omdat het geld voor het vervoer niet aanwezig is (het gaat dan om bedragen van 100 tot 500 Ksh, van € 1 tot € 5). Nadat de reiskosten aan de moeder zijn uitbetaald, vertrekt ze, met het kind op de rug richting straat, waar een volle matatu (minibusje voor 8 personen, maar waar er in Kenia toch echt wel 20 in kunnen!) haar oppikt en ze weer teruggaat naar huis. Ik maak nog een foto en ga een beetje verdoofd weer aan het werk …

Liefs

Grada



[1] CSA Children with special abilities

[2] APDK Association For The Physically Disabled Of Kenya - APDK Rehabilitation Clinic

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Doingoood