Grada-in-Afrika.reismee.nl

Eigen(n)aardigheden ...

Eigen(n)aardigheden…

Iedereen heeft ze, eigen-aardigheden maar ook eigen-naardigheden, zoals ik die altijd noem. Aangeleerd gedrag bijvoorbeeld, passend bij een cultuur, ontwikkeld in bepaalde omstandigheden. Ik moet dan altijd denken aan de tijd dat ik in Israël was en werkte met kinderen in de Gazastrook. Ik kon ze bijna niet duidelijk maken, dat er ook kindertjes in Israël waren, die net zo graag met een bal speelden of tikkertje deden, als zij. Er bestonden in hun wereldje namelijk helemaal geen kinderen aan de andere kant van het hek, daar stonden monsters, Israëlische soldaten, waar je stenen naar moest gooien. En ik heb het hier over kinderen tussen de 5 en 15 jaar oud! Het was razend moeilijk om ze af te leren zo te denken, maar we waren jong en geloofden heilig in wat we deden!

Maar goed, eigen(n)aardigheden. Ik ken de mijne maar al te goed en ik probeer daar (soms) wel eens wat aan te doen. Dat is overigens niet altijd even makkelijk, want zie de opmerking hierboven: afleren is zoveel moeilijker dan aanleren …. :-P

Een van mijn eigen(n)aardigheden is mijn ongelofelijke ongeduldigheid. Hier in Afrika leer ik, dat dit geen enkele zin heeft. In ieder geval niet hier, in deze langzame, soms trage cultuur. Ik denk dat het daarom goed is voor mij om af en toe hier te zijn, het leert me respect te hebben voor hun manier van leven en werken en er zelf mijn voordeel mee te doen! Het is jammer dat, terugkomend in NL, de ‘gewoonte’ van haasten, rennen en vliegen binnen no time weer terug is. Maar soms moet ik er ook wel om glimlachen: mijn Afrikaanse tempo zou in NL meteen worden afgestraft en dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. Gulden middenweg?

Ja, dat is ook zo’n dingetje: ik ken nauwelijks gulden middenwegen, het is links of rechts, zwart of wit, je hebt gelijk of niet, en ik vind je aardig of niet. En je gelooft het of niet, je neus stoten heeft op mij weinig effect, ik zeg net zo makkelijk ‘sorry’ en lijk er nauwelijks iets van te leren. Een hopeloos geval dus…

In de afgelopen periode heb ik al een paar keer iemand ontmoet, waarbij de haartjes op mijn armen recht overeind gaan staan. Vervelend, ik baal daar altijd van, want ik wil eigenlijk helemaal niet zo snel oordelen. Ik probeer het wel eens te negeren, maar vaak is mijn voorgevoel redelijk accuraat (hoewel ik moet toegeven dat ik mijn mening ook wel eens flink moet bijstellen).

Zo ontmoet ik hier in Kenia een Europese dame, die ik meteen al niet mag, en dat dan ‘bij voorbaat’, gewoon zonder dat ik nog een woord met haar heb gesproken. Ze heeft wat vaak het hoogste woord, maar sawa (okay), dat zij zo. Ze luistert naar mijn gesprek met iemand anders over KidsCare en dan specifiek het kindje met het waterhoofd. Zodra ze het woord ‘hydrocefalus’ hoort, begint ze te ratelen, dat ze specialist is, want haar broer had dat ook, ze heeft zich ingelezen, het hele internet afgestruind, en het is heel eenvoudig op te lossen… etc. etc.  Ik zeg heel voorzichtig dat het in Afrika allemaal niet zo eenvoudig ligt, dat hier zelfs nog kinderen sterven aan een ‘simpele’ longontsteking. Maar ze blijft maar doorgaan: een drain, een shunt, makkelijk, haar broer is genezen. Ze gaat daarna naar mijn mening echt te ver als ze zegt dat Alzheimer ‘alleen maar water in de hersenen is’. Ik probeer het nog een keer, voorzichtig, maar de dame is niet voor rede vatbaar. Ik voel mijn boosheid en ongeduld toenemen en bedenk dat ik maar beter kan opstaan en weglopen. Want anders gaat het mis… :-(

Soms is het niet helemaal duidelijk of iets een eigen-aardigheid is of juist een eigen-naardigheid. Zo heb ik, net als iedereen, in mijn peutertijd ontdekt, dat ik ‘alles zelf kan’. En op de een of andere manier blijk ik daarin te zijn blijven hangen. ‘Zelf doen’ is op zich natuurlijk prima, tot je (en natuurlijk altijd te laat) moet erkennen dat het niet meer gaat. Zo heb ik sinds twee weken een paar lelijke ‘gaten’ in mijn enkel, elleboog en been. En om met mijn echtgenoot te spreken, denk ik dan: is vanzelf gekomen, gaat vanzelf wel weer over. Tot ik bemerk dat de gaten alleen maar groter en dieper worden. Ik zie overigens om mij heen dat ik niet de enige ben met dit soort wondjes en wonden. Zelfs de Kenianen lijden hieraan en als je vraagt hoe dat toch komt, dan is het heel simpel: dat zou komen door de hitte. Ik zucht even en denk ‘ja ja, zal wel.’ Maar gaandeweg begin ik toch te twijfelen: zo heeft een van de medewerkers van KidsCare zomaar ineens een enorme zwelling in de lies, heeft een ander zes grote bulten op één voet, en loopt weer iemand anders met de armen wijd, omdat er forse zwellingen zitten onder de oksels. Allemaal worden ze in het ziekenhuis behandeld (er is geen huisarts of zo).  ‘Joto, mama, joto!’ (‘De hitte, mama, de hitte!’) En als ik na twee weken  zelfs koortsig begin te worden, slecht slaap en de gaten alleen maar dieper en groter worden (en zich vermenigvuldigen), besluit ik om op de weg naar Mbuyu eerst maar eens de pharmacist te bezoeken; het ziekenhuis is me echt een stap te ver. En bij die pharmacist blijkt dan dat een vrij simpele oplossing mij al lang van pijn en koorts en beroerd voelen had kunnen verlossen. Maar ja … eerst ‘zelf doen’, hè?

Nieuwsgierig naar die oplossing? Ik word door een vrouw in een houten winkeltje aan de straat, waarop de naam ‘Pharmacist’ prijkt, hoofdschuddend op een krukje gepoot, ze rukt de gaasjes van de wonden, schrobt (ja sorry, er is geen ander woord voor) ze schoon met jodium (ik kreun luidruchtig, maar ze kijkt me zeer streng aan en ik kreun intern verder) en gooit er vervolgens een halve bus poeder op. Ze wijst priemend met haar wijsvinger, schudt haar hoofd, kijkt me aan met haar prachtige, donkere ogen en beveelt; ‘Don’t you ever cover it again!’ Vervolgens krijg ik een doosje antibiotica mee, waarbij ze de gebruiksaanwijzing op de binnenkant van het flapje schrijft, de jodium (‘wash them ten times a day, mama!’), poeder en een rol watten en mag ik 1000 Ksh (zo’n kleine € 10) afrekenen. Daarna zucht ze, kijkt ze me stralend aan, krijg ik een enorme knuffel van haar en zegt ze dat ik goed op mezelf moet passen en ‘hakuna matata’ (no worries). Ik mompel ‘asante sana’ (thanks) en stap, nog een beetje beduusd, weer op de piki piki, die zo lief is geweest om te wachten tot ik uitbehandeld ben. Ik kijk om en roep nog snel ‘mag ik wel zwemmen?’, waarop ze lachend terugroept: ‘if you can swim, swim!’ ;-)))

De matatu, het hoort zo bij Kenia, het is zo’n eigen(n)aardigheid van dit land en ik hou ervan. Er is zelden een saaie rit. En ook afgelopen zaterdag was het weer raak. Ik was net voor 12 uur vertrokken en had al gauw een matatu richting Mswambweni te pakken. Jammer, ik moest op de eerste bank (achter de bestuurder) zitten, in het midden. Normaal vind ik dat wel fijn, want ik ben nogal snel wagenziek, maar in Kenia is dat toch anders. Want op die plek zit je volgens mij met je voeten op of tegen de motor aan en dat is verschrikkelijk heet. Dus hou ik mijn loodzware rugzak met twee laptops op mijn schoot om ze tegen koken te beschermen en probeer af en toe mijn hielen op te tillen, dan weer mijn tenen om maar te voorkomen dat mijn (enige paar!) slippers vast smelt aan de carrosserie. Terwijl ik deze oefeningen aan het doen ben, voel ik iets bewegen onder de bank. Ik schrik me rot, het is zacht en warm. Er is nauwelijks ruimte om te kijken maar ik krijg het voor elkaar: er zitten geiten onder mijn bank! Ik vraag de vrouw naast me of ze van haar zijn. ‘Nee’, is het antwoord en met veel handen- en voetenwerk en gegiechel van haar (en de bestuurder die zich in het gesprek mengt en zich daarbij bijna volledig omdraait) begrijp ik dat iemand ze heeft ingeladen, betaald en nou zorgt de driver ervoor dat ze op de plaats van bestemming komen. Ik geniet weer van het avontuur en geniet met volle teugen.

Na het weekend wil ik echt een keer proberen om een mooie, beetje nieuwe matatu te vinden; het móét me een keer lukken. Ik wijs er eentje af: die zit al veel te vol en ik heb wat extra tassen bij me met inkopen die als het even tegenzit, bovenop de matatu worden ‘gegooid’ en daar heb ik niet zo’n behoefte aan. Ik word vervolgens opgemerkt door een nog lege matatu, de moneyman, en krijg zijn matatu warmpjes aanbevolen. Ik mag zelfs voorin zitten! Wow… ik voel me vereerd, want meestal zijn de voorstoelen gereserveerd voor mensen die het verste moeten (dus naar Lunga Lunga). Er zijn niet veel reizigers meer en ik installeer me lekker breeduit, arm uit het raam, heerlijk! We zijn nog geen 10 meter op weg of ik merk al weer dat ik ook dit keer mijn verwachtingen van een luxe ritje moet bijstellen: ik zit namelijk in de luchtstroom van de verwarming die op zijn heetst staat… geen ontkomen aan! Bijna gekookt kom op KidsCare aan en kan alleen nog maar roepen: ‘eerst een douche!’

Eigen(n)aardigheden, ja welk land heeft die niet, en ... welk mens heeft ze niet. Maar het maakt je ook tot wie je bent… een mens, zwart of wit, die met vallen en opstaan en gevormd in zijn specifieke omgeving, zijn cultuur, zijn wereld, is geworden wie hij is en dat van mij ook gewoon mag zijn …

Met een eigen en (best wel) aardige groet

Grada

Reacties

Reacties

Carry Bloklander

Helaas kan ik niet zo mooi schrijven als jij, dus ik kan alleen maar zeggen GEWELDIG!! En asante sana!

Annelies

Bij ons in het gezin is "jij bepaalt niet over mij" een gevleugelde uitdrukking, omdat mijn oudste zoon dat al vanaf zijn 2e roept. Dat herken ik ook in jouw verhaal!

Lisette Geenen

Wat een goed verhaal. Weer van genoten en zo herkenbaar.

Marleen

Eige(n)aardig zo ken ik je Hrada. Mooi verhaal!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Doingoood